Hartog Spijker.
Hartog Spijker.

Het verhaal van Hartog Spijer (1885-1944)

14 mei 2024 om 14:25 Historie

Aan de Tongerenseweg, net buiten Vierhouten, bevindt zich een indrukwekkend monument bestaande uit twee stenen van zwart marmer met daarop acht namen. Namen van mensen die het onderduikerskamp in de bossen bij Vierhouten niet hebben overleefd. 

Willem van Norel

In het onderduikerskamp Het Verscholen Dorp verbleven in de periode van april 1943 tot 29 oktober 1944 gemiddeld ongeveer tachtig mensen in negen half ondergrondse hutten. Het waren onder andere verzetsmensen, geallieerde Engelse en Amerikaanse militairen, Joden en mensen die weigerden zich te melden voor de Arbeitseinsatz. 

Nadat het kamp door toeval op zondag 29 oktober 1944 werd ontdekt door twee SS-ers, vluchtten de meeste mensen in paniek weg. Acht Joden werden gevangen genomen. De 59-jarige Hartog Spijer was een van hen. 

Over Hartog Spijer is nooit veel gepubliceerd. In dit artikel zetten we de schijnwerpers op hem en zijn gezin. Hartog Spijer werd op 8 april 1885 geboren aan de Oude Schans 62 in Amsterdam. Zijn ouders waren Willem Spijer (kantoorbediende) en Elisabeth de Jong. Hartog was het oudste kind van een gezin van vier kinderen. Op 3 juni 1920 trouwde hij in Culemborg met Sophia Vorst (geboren op 6 juli 1890). Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: Elisabeth Catharina (20 juli 1924) en Herbert Willem (25 april 1926). De kinderen werden in het dagelijks leven Elleke en Herbert genoemd. De familie Spijer woonde tijdens de oorlog aan de Hobbemakade 101-II in Amsterdam. Hartog Spijer was afgestudeerd als meester in de rechten. Hij werkte als jurist in dienst bij de gemeente Amsterdam. Later werd hij secretaris van de Arbeidsbeurs. Ook was hij vice-voorzitter van de Nederlands Israëlitische begrafenisvereniging Kirbath Achim. Vanwege deze functie werd Hartog tijdens de oorlogsjaren voorlopig vrijgesteld van deportatie (gesperrt). 

Begin juli 1943 werd het voor Hartog Spijer te gevaarlijk om nog langer in Amsterdam te blijven. Samen met zijn vrouw Sophie en een van zijn kinderen dook hij onder bij de tuinder Jan Verweel, zijn zus Barbara en zijn broer in hun kleine huis aan de Bovenweg in Sint Pancras. Toen het in Sint Pancras niet meer veilig was, brachten verzetsmensen Hartog Spijer na ongeveer tien weken naar het onderduikerskamp in de bossen bij Vierhouten. Zijn vrouw Sophie bleef bij de familie Verweel achter. De omgeving werd verteld dat Sophie, die er niet-Joods uitzag, als huishoudster bij de familie Verweel in dienst was. 

In de vier maanden dat Leni Duijzend in het Verscholen Dorp verbleef, kreeg ze les in Nederlandse taal, wiskunde en klassieke talen van ‘oom Henry, zoals Hartog Spijer ook wel werd genoemd. In de nazomer van 1944 leed Hartog aan een maagzweer. Toen de pijn steeds heviger werd, bleek een operatie noodzakelijk. Het plan was dat hij op 30 oktober uit het kamp zou vertrekken om opgenomen te worden in een ziekenhuis in Ermelo. Maar zover zou het niet komen.

Op zondag 29 oktober 1944 werd het kamp ontdekt. Veel onderduikers wisten te ontkomen door de bossen in te vluchten. Dertien van hen kwamen uiteindelijk in Elburg terecht. Hartog Spijer voelde zich te ziek en bleef achter in zijn hut. Hij werd gevonden en op De Paasheuvel in een kelder opgesloten. Op 31 oktober werd hij, samen met vijf andere gevangenen, gefusilleerd aan de Tongerenseweg. De lichamen werden in drie kuilen begraven.
Hartog Spijer werd op 12 november 1945 herbegraven op de Joodse begraafplaats in Muiderberg.

Ook Elleke en Herbert Spijer moesten onderduiken. Ze kregen onderdak bij het echtpaar Wansink aan de Driehuizerkerkweg 33 in Driehuis. Elleke en Herbert waren door verzetsman Jan Hemelrijk vanaf de Hobbemakade in Amsterdam naar het onderduikadres in Driehuis gebracht. De twee kinderen kregen valse persoonsbewijzen van de ondergrondse. Maar de onderduik van de kinderen bleef gevaarlijk. In december moesten ze uit hun onderduikadres vertrekken, nadat de Duitsers bevel gaven de omgeving van IJmuiden, Velsen en Driehuis te evacueren. Elleke Spijer werd ondergebracht bij het onderduikadres van haar moeder in Sint Pancras. Elleke en Herbert Spijer overleefden de oorlog, evenals hun moeder.

In het boek ‘t Hooge Nest van Roxane van Iperen wordt de rol van verzetsman Jan Hemelrijk (1918-2005) bij het onderbrengen van Elleke en Herbert Spijer op hun onderduikadres beschreven.

Sophia Spijer-Vorst wist de onderduik te overleven in Sint Pancras. Ze bereikte de hoge leeftijd van 96 jaar en stierf op 29 november 1986 in Amsterdam. Elleke trouwde op 24 mei 1955 met Gosen van Esterik. Ze stierf op 4 maart 1973 op 48-jarige leeftijd in Haren. Herbert Spijer overleed op 25 augustus 1948 in Enkhuizen. Hij werd slechts 22 jaar oud.

 Leny Duijzend
Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
advertentie