De munt in een zakje geplakt op het document.
De munt in een zakje geplakt op het document. NoVA

De neppe kop van koning Willem III

2 april 2025 om 06:00 Historie

Mariëlle Bos van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe, vanaf 1 juli Noord-Veluws Archief (NoVA), bespreekt in deze rubriek maandelijks een wisselend onderwerp uit de gemeenten Nunspeet, Elburg of Oldebroek. 

Opeens rolde de gehavende kop van koning Willem III uit het archiefdossier. Hij was afgebeeld op een rijksdaalder uit 1874. Hoe kwam deze kapotte riks terecht in het archief van de voormalige gemeente Ermelo?

Eind 1917 werd een rijksdaalder aangegeven bij de burgemeester van Ermelo. De munt met de beeltenis van koning Willem III zou zijn geslagen in 1847. Vermoeden was echter dat de munt vals was. De burgemeester, baron Mackay, stuurde het met een begeleidende brief naar de Rijksmuntmeester te Utrecht om hem daar te laten testen. Naast het slaan van nieuw muntgeld, kon de Rijksmunt vals geld identificeren.
Een rijksdaalder gemunt tussen 1849 en 1874 met het beeld van Willem III moest voor 94,5% bestaan uit zilver en 25 gram wegen. Deze munt had een diameter van 38 millimeter en was daarmee de grootste en zwaarste zilveren munt geslagen met het portret van Willem III.
Deze samenstelling bepaalde de echtheid van de munt en garandeerde daarmee de waarde van ƒ 2,50. De knaak werd getest door een deel van de munt af te nemen en dat te testen op de samenstelling. Uit de toets bleek dat de munt geen 25 gram, maar slechts 23 gram woog. Het bestond eveneens voor een deel uit tin. Aan het uiterlijk was weinig op te merken door de Rijksmuntmeester, deze velden op het formulier zijn opengelaten. Desalniettemin was de conclusie van de muntmeester: ‘dat voornoemd muntstuk is valsch en vervaardigd in nabootsing van echte Nederlandsche rijksmuntspecie’. Aldus vastgesteld op 4 januari 1918. Echt nep was deze riks dus zeker! 

Een kleine notitie in potlood doet ons speculeren naar het vervolg. Het luidt: ‘Mijnheer burgemeester, Moet dit vervalschte geldstuk met uitgebracht verslag aan de Officier van Justitie die daarvan ’t Procesverbaal ontvangen heeft, gezonden worden danwel dit geldstuk aan Pater rijksveldwachter te Ermelo terug ter uitreiking aan belanghebbende aldaar?’
Er was dus een proces-verbaal opgesteld dat naar de Officier van Justitie te Arnhem was gezonden. Het muntstuk zit echter nog steeds in het archief van het gemeentebestuur. Dit geeft aan dat het niet is teruggegeven aan de belanghebbende, maar ook niet bij de Officier van Justitie terecht is gekomen.
Correspondentie tussen Rijksmunt en gemeente is niet bewaard in het gemeentearchief, verdere informatie is niet terug te vinden. Het proces-verbaal is eveneens niet aanwezig in het gemeentearchief of in de archieven van de Officier van Justitie. Er blijven veel vragen over de aanleiding en afhandeling van het hele verhaal.

Bijzonder


Bijzonder is dat dit document inclusief rijksdaalder in 1991 tentoongesteld zijn op een jubileumtentoonstelling van de Vereniging van Archivarissen in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, aldus een interview met voormalig streekarchivaris Hans Tabak in de Nunspeter Courant van 24 november 1992.
Het dossier is in te zien in de vestiging Nunspeet. Het bevindt zich in toegang 4002 Gemeentebestuur Ermelo 1913-1971, inventarisnummer 1792.

'Voornoemd muntstuk is valsch' .
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

advertentie
advertentie