
‘Je wordt er niet rijk van, het is ‘n passie’
3 maart 2021 om 17:59 Lokaal(Tekst: Dick van der Veen)
Hajo de Roo krijgt bij zijn afscheid als streekarchivaris Noordwest-Veluwe complimenten uit het hele land. De wijze waarop hij de organisatie in tien jaar tijd vorm heeft gegeven maakt indruk. In alle vijf gemeenten van het werkgebied zijn de archieven vanuit kelders naar studiezalen gegaan.
NUNSPEET - Maar wat nog meer zegt is de vooraanstaande positie die het streekarchief inneemt in zaken als een elektronisch depot, een virtuele studiezaal en een aansprekende website. Voor De Roo is het belangrijkst dat hij heeft mogen werken aan een geoliede formatie van 13 mensen die elkaar blindelings vertrouwen en die het vertrouwen hebben van de gemeenten Nunspeet, Elburg, Ermelo, Harderwijk en Oldebroek. Inmiddels is het archief uitgegroeid tot een organisatie die als het collectieve geheugen van de regio kan worden beschouwd.
Zijn voorland bestaat uit coördinator documentaire informatievoorziening gemeente Ermelo, afdelingshoofd Zeist in hetzelfde vakgebied, werkzaamheden bij gemeente Apeldoorn en daarvoor het toenmalige Rijksarchief Gelderland, het huidige Gelders Archief. “De liefde voor archivering/historie en alles wat ermee samenhangt heeft me nooit verlaten.” Hij kreeg bij zijn entree op de Noordwest Veluwe aanvankelijk 28 uur toebedeeld. “Ik heb laten weten dat daarvan de schoorsteen niet kon roken. We zijn uitgekomen op 32 uur en dat is het gebleven. Je moet dit werk niet doen met de gedachte er rijk van te kunnen worden, maar erdoor gepassioneerd raken. Het was een prachtige periode met als enige minpunt dat ik meer tijd aan managen moest besteden en me veel gelukkiger voel in het echte werk als meewerkend voorman.”
Zit een archivaris niet de meeste tijd in papieren te turen.
‘’Niets is minder waar. We zorgen er juist voor dat mensen van goed geïndexeerd materiaal gebruik kunnen maken. In de thuissituatie gaat het om hooguit anderhalve meter aan verzekeringspapieren en dergelijke; wij praten over kilometers. Toen ik hier kwam hadden we 2,5 formatieplaats, nu 13 mensen. We zijn bezig de organisatievorm te wijzigen: meer flexibiliteit, iedereen dezelfde kennis, zodat we adequaat kunnen reageren bij afwezigheid. Iedere gemeente weet dat op zes halve dagdelen iemand beschikbaar is en wat daarbuiten valt wordt via de site geregeld. De eerste twee jaar na mijn komst hebben we de digitale studiezaal afgerond. We hebben redelijk zelfstandig gefunctioneerd. Wel is er samenwerking met het Gelders Archief, Coda Apeldoorn en de collega’s van Epe, Heerde enHattem. Het nieuwste kind is het elektronisch depot. Alles wat je er in zet wordt gecontroleerd met internationale standaarden. We zijn het expertisecentrum voor de Noordwest Veluwe. Elke keer updaten van oudere bestanden, ze leesbaar maken en zo dat niet kan hoe ze te openen met bepaalde software of deze zodanig aanpassen dat ze die bestanden nog wel kunnen lezen.”
Afscheid met pijn in het hart?
“In zekere zin. Ik heb bij mijn aantreden gezegd dat ik op pensioengerechtigde leeftijd zou afhaken. Het is goed dat jong bloed instroomt. Mensen die andere ideeën hebben dan ik ze uitstippelde. Het is nodig om door te ontwikkelen Er kwam in de loop van de tijd een archiefinspecteur bij en ik koos een adjunct-archivaris die me nu opvolgt. Dat is dr. Rudolf Bosch die bijna klaar is met zijn studie archiefwetenschappen aan de Universiteit Amsterdam. Er doen zich in de digitalisering allerlei ontwikkelingen voor.”
Welke toekomst gloort er?
“Vanaf 1 april ga ik 2 tot 2,5 dag in Overijssel werken bij een archiefbedrijf om junior-medewerkers te begeleiden. Inventariseren, het handwerk wat mijn liefde heeft. Verder 13 tot 14 dagen per jaar lesgeven op het gebied van de archivistiek en het bij elkaar brengen van archiefstukken van de Universiteit Amsterdam die naar alle windstreken zijn gewaaid. Een virtuele omgeving van maken waar je binnen kunt lopen en als het ware een boek uit de kast kunt pakken. Het is stip aan de horizon, het verwezenlijken van een droom die aan aantal mensen hebben.”
Er staat nog veel op stapel?
“Zeker. We hebben 40 vrijwilligers, maar zoeken nog versterking. Vooral voor het transcriberen van oude teksten. Kun je van huis uit doen. Velen kunnen het oude schrift lezen en zo nodig geven we daarin een minicursus namen en gebeurtenissen tevoorschijn halen die in allerlei boekwerken verborgen zitten. Als je straks op een naam zoekt krijg je niet alleen het juiste document in beeld maar ook andere stukken.”










