Afbeelding
Eigen foto
COLUMN

De lelijkheid en zwakte in mensen

7 oktober 2022 om 08:00 Lokaal

Ik ben op vakantie in Gaasterland en fiets in mijn eentje door het glooiende weidse landschap. Dromerig fiets ik tussen de hoge maïsvelden door, de zon kleurt de velden geel, de droogte en de windstilte zorgen voor een fata morgana, een zwevende luchtspiegeling waardoor ik de prachtige beelden dubbel zie. Fijn dat ik alleen ben, ik hoef niet te praten en mag dit moois voor mijzelf houden.

In een dorp besluit ik een kop koffie met wat lekkers erbij te nemen. Op het eerste terras dat ik zie schuif ik aan, een vriendelijke serveerster maakt mijn tafeltje schoon en neemt mijn bestelling op. Wat kan het leven mooi zijn.

Het is druk op het terras, volop vakantietijd én wespentijd, een citroen doormidden gesneden met kruidnagels erin gedrukt ligt op een schoteltje voor me op tafel tegen de wespen. Deze prachtige nuttige geel-zwarte ijverige beestjes zorgen voor de nodige overlast. Ik heb zoetigheid besteld en met zachte hand moet ook ik, zo af en toe, een wesp een andere kant op sturen. Achter mij heerst ineens een opgewonden lacherig kabaal, over mijn schouder kijk ik snel achterom, twee tafels zijn tegen elkaar aangeschoven, er zit een groep bij elkaar. Grootouders, ouders, jongelui en kleine kinderen, kennelijk een familie. De jongeren zitten bij elkaar en de kleintjes spelen om de tafels heen en tussen de stoelen door.

Ik concentreer me weer op mijn koffie met taart maar ontkom er niet aan het opgewonden gesprek te volgen. ‘Hij is nog niet dood, hoe lang kan een wesp eigenlijk zonder zuurstof?’ ‘Gooi wat bier in het glas en dan snel het andere glas er overheen.’ ‘Ha, kijk hem druk zwemmen.’ ‘Wat houdt zo’n beest het lang vol.’ Gelach om de doodsnood van de wesp. Na een behoorlijke tijd hoor ik een blije opluchting door het groepje gaan ‘Hij heeft het loodje gelegd.’ Nog net geen applaus.

Al die tijd heb ik deze marteling aangehoord, maar ik had niet het lef. Tig keer nam ik me voor om me om te draaien en te zeggen maak hem in één klap dood, haal hem uit zijn lijden of laat hem leven. Maar niets van dat al. Ik was een schijterd, de groep was te groot en te aanwezig. Ik liet me door hun verbale kracht, plezier en saamhorigheid omver blazen. Ik denk aan de kinderen, die deze marteling en de lol wat dit lijden gaf, hebben ervaren. Beschaamd fiets ik even later verder door het glooiende landschap, dat óók dankzij de wesp zo prachtig is geworden. 

Ina de Wilde

Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

advertentie
advertentie