Voor sommige sportvissers kan er vanaf 2026 iets veranderen.
Voor sommige sportvissers kan er vanaf 2026 iets veranderen. Shutterstock

Herrie in hengelland: niet alle sportvissers happen op landelijke visfusie

3 december 2025 om 12:00 Algemeen

In de Nederlandse hengelsportwereld is onrust ontstaan over een voorgenomen landelijke fusie. Bijna alle verenigingen en federaties gaan samen in één nieuwe organisatie: de Sportvisunie. Deze start op 1 januari 2026.

Nick Hoekmans

Het doel van de fusie is dat alle verenigingen samen sterker staan.
De Sportvisunie maakt duidelijke regels, behartigt de belangen van vissers, zorgt voor meer viswater en geeft één gezamenlijke vispas.

Niet iedereen staat hierachter en sommige verenigingen sluiten zich liever aan bij de NHO (Nederlandse Hengelsport Organisatie). Deze organisatie is meer regionaal ingesteld en biedt verenigingen de mogelijkheid zelfstandig te blijven opereren, terwijl ze toch kunnen samenwerken op het gebied van viswaterbeheer en kennisdeling.

De belangrijkste reden voor de tegenstand is dat verenigingen die zelf viswater beheren bang zijn dat hun belangen verdwijnen binnen de landelijke unie. Zij vrezen dat ‘droge clubs’ (zoals verenigingen zonder eigen water worden genoemd) te veel voordeel halen, terwijl zij de kosten voor onderhoud en toezicht dragen.

Hengelsportvereniging O.K.O. Oosterwolde heeft in een reactie laten weten mee te gaan met de fusie.


We leggen het dilemma ook voor aan Gerrit Kroneman. Hij is secretaris van hengelsportvereniging ‘De Poepenkolk’ uit Elburg.

“Voor zover ik nu weet, gaan hier in de regio alleen Zwolle, Kampen en Deventer niet mee.”
De leden van De Poepenkolk kunnen volgens Kroneman opgelucht ademhalen: “Voor onze leden verandert er niets.”

Spoedcursus

De secretaris geeft ons een spoedcursus organisatiestructuren in deze wereld op zichzelf: “Hengelsportverenigingen waren aangesloten bij regionale federaties. Deze federaties bestuurden Sportvisserij Nederland, de landelijke organisatie. Na de fusie zijn de federaties opgeheven en gaat de organisatie verder als de Sportvisunie. De kantoren van de federaties blijven ter ondersteuning van de vereniging. De Sportvisunie wordt bestuurd door een directeur-bestuurder, een raad van toezicht en een ledenraad. Er komen 25 kieskringen waar de verenigingen hun afgevaardigde voor de ledenraad kunnen kiezen. Voor zo’n veertig euro kun je lid worden van een aangesloten vereniging, daarmee kun je in tachtig procent van alle viswateren in Nederland vissen.”

Kroneman legt uit dat de verenigingen hun water inbrengen, maar zelf het visrecht houden. Zodat de vereniging zelf mag blijven vissen, maar dat andere leden van aangesloten verenigingen er ook kunnen vissen. “In het buitenland moet je voor ieder water een vergunning kopen. Wij als Poepenkolk hebben al ons water ingebracht, met uitzondering van de steigers langs de haven bij het havenkantoor en de Goorkolk.”
Na de fusie wordt met iedere vereniging het gesprek aangegaan om al het grotere water in te brengen, zodat leden van andere verenigingen daar ook kunnen vissen.

“Dit kan worden uitgelegd dat je verplicht bent al het water in te brengen en zelf geen zeggenschap meer hebt. Er spelen nog wel meer redenen mee, maar dit is wel een grote reden om uit de Sportvisunie te stappen.” Concreet houdt het in dat wanneer je als vereniging niet meegaat en je ergens anders zou willen vissen, je dan twee vergunningen zou moeten kopen.
Tot slot biedt een landelijke organisatie volgens Kroneman ook juist veel voordelen. Er is bijvoorbeeld een landelijke ledenadministratie en BOA-controle van de Sportvisunie. Maar ook juridische ondersteuning.”

Afbeelding ter illustratie.
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

advertentie
advertentie