Schilderij Nunspeetse klederdracht weer terug

Jan Kleintjes (1872-1955) schilderde het afgebeelde doek en geeft daarmee een inkijkje in een Nunspeets binnenhuis (1896). De schilder bewoonde huis 'Kolthoorn' in Heerde van 1899 tot zijn dood en werkte daarvoor vijf jaar in Nunspeet.

NUNSPEET - Sinds kort is dit werk weer terug op Nunspeetse bodem. Dat was mogelijk door een kunstruil tussen de huidige bewoner van 'Kolthoorn' en de gemeente Nunspeet. Het schilderij behoort tot de kerncollectie van de gemeente Nunspeet en wordt momenteel geëxposeerd in het Noord Veluws Museum.
Rein Lotterman van Heemkundige Vereniging Nuwenspete - werkgroep Klederdracht en Folklore - karakteriseert de Nunspeetse dracht. ''De boerenvrouw is bezig met schillen. Op haar schoot rust een pot van geglazuurd aardewerk die is versierd in slibtechniek. Ze draagt de oude volksdracht zoals die enkele eeuwen in Nunspeet gangbaar was. Kenmerkend is allereerst het dragen van een oorijzer over een bonte of zwarte ondermuts. Hier draagt de boerin op haar hoofd alleen de zwarte ondermuts die met een keelbandje met haak en oog is gesloten. Het oorijzer, aanvankelijk een klem, die diende om de ondermuts op de plek te houden is hier weggelaten. Meestal werd het oorijzer pas opgezet als het grove werk gereed was, waarna het met een doekje wat opgewreven werd.''
Verschillende kenmerken van de volksdracht, waarvan er een paar op dit schilderij zichtbaar zijn, voeren terug naar de 17e eeuw. Dat zijn o.a. de hemdrok, een kledingstuk met mouwen dat net op of over de elleboog op een punt uitliep - een 18e eeuws modedetail- en daarover de krap - of kroplap. Deze bestaat uit een voor en een achterpand en sloot in een groot deel van de 19e eeuw met linten. Deze boerin draagt ook een rood geruite geplooide doek die in 1898 aan de voorzijde nog laag gekruist gedragen werd. Over onderrok(ken) en bovenrok wordt een schort gedragen. Klompen completeren de dracht.

Vragen? nuwenspete@gmail.com of www.noord-veluws-museum.nl/contact

Meer berichten