Foto:

Column ds. David Rodenburg: 'Passie'

Tik het woord passie in bij Google en je komt twee dingen tegen. In grote lijnen dan. Passie gaat allereerst over het lijden van Jezus Christus. Elk voorjaar krijgt dat volop aandacht in de kerken. Niet alleen daar.

De componist Bach (18e eeuw) trekt met zijn Mattheus-Passion en Johannes Passion volle concertzalen. Het symbool van deze passie van Jezus is het kruis. Daarin komt zijn hele lijdensweg samen.

Een kruis in de kerk is geen versiering. Het is een stoplicht: sta stil bij Jezus' lijden.

Maar passie bekent tegenwoordig ook: een sterke gedrevenheid, een groot verlangen om ergens voor te gáán. Je hebt bijvoorbeeld passie voor je vak. Je doet je werk niet omdat het er nu eenmaal bij hoort en je toch ergens je geld mee moet verdienen. Nee, je bent er enthousiast over en vindt het gaaf om te doen. Opwindend. Raymond van Barneveld zei laatst, na een verloren wedstrijd darten: ik kon het beste niet meer uit mezelf halen. Ik probeerde het wel, maar het wilde niet. Hij was zijn passie kwijt.

Enthousiasme de maatstaf?

Passie (1) en Passie (2). Denk aan Jezus' lijden. Was Hij er enthousiast over en kon Hij niet wachten om ervoor te gaan? Aangrijpend is zijn gebed in Gethsemané, waar Hij vraagt aan God of het aan Hem voorbij mag gaan. Hij zal die lijdensweg wel gaan. Vastberaden zet Hij zijn schouders eronder. Maar om nu te zeggen: Hij heeft er passie voor ....

Of denk aan jezelf. Natuurlijk is het mooi om passie te hebben. De gloed die je ervaart, de flow waar je in zit, het lijkt vanzelf te gaan. Alleen, is dat de maatstaf? Is het pas goed als je die passie hebt? Dan leg je de lat wel hoog. Soms moeten dingen toch gewoon gedaan worden, passie of niet?!

Wat een contrast is dan Jezus' lijden. Hij ging de pijn en de moeite niet uit de weg.

Zo maakte Hij het verschil.

Meer berichten