Foto: © STUDIO 81, Henk van der Stouw

Column Gerrit Heuver: Ze horen er bij

  Column

In de kerk van mijn jeugd werden in de kerkdienst op oudejaarsavond de namen genoemd van de overledenen van het voorbije jaar. Een mooi gebruik. Op veel plaatsen is het besef doorgedrongen dat de kerk er een eigen kalender op nahoudt. Het nieuwe kerkelijk jaar begint niet op 1 januari maar op de eerste zondag van Advent. Advent is de periode van vier weken waarin de kerk zich voorbereidt op Kerst: de komst van Christus.

Vandaag de dag worden in heel veel kerken op de zondag voor Advent, de laatste zondag van het kerkelijk jaar dus, de namen van alle in dat jaar overleden gemeenteladen genoemd. In de R.K. Kerk gebeurt dat iets eerder: op 2 november, 'Allerzielen'.

Gedachteniszondag

In de loop van het voorbije jaar zijn al die namen al eens genoemd in een dienst, meestal op de zondag na de uitvaart. In de ene kerk is de naam toen op een kruisje geschreven waarna dat kruisje naast alle andere namen-kruisjes is gehangen. In een andere kerk worden de namen op een wit kiezelsteentje geschreven en (tijdens de kerkdienst) bij de andere steentjes gelegd. In onze kerk (De Ontmoeting) wordt de naam gegraveerd in een glazen traan, en samen met een kaarsje in de gedachtenishoek geplaatst. Allemaal mooie vormen, die iets uitdrukken als: 'Wij vergeten je niet, wij willen ons jouw naam herinneren en wij geloven dat ook God zich die naam herinnert'.

Op 'Gedachteniszondag' klinken die namen opnieuw. De kruisjes of de tranen worden weer tevoorschijn gehaald, op de tafel in de kerk gelegd, alle namen worden weer genoemd, we zijn even stil en na de viering mogen de nabestaanden hun kruisje, steen of traan meenemen.

Wordt het leven er anders van? Nee en ja. Nee, want hoe mooi het ritueel ook is, we krijgen onze geliefden er niet mee terug. Ja toch wel! Want hij of zij was weer even aanwezig: in de gemeenschap van hen die mogen leven in het licht van de Eeuwige.

Dick Baas
Meer berichten




Shopbox