Van 1898 tot 1908 was Schuurbeque Boeije burgemeester van Nunspeet.
Van 1898 tot 1908 was Schuurbeque Boeije burgemeester van Nunspeet. Archief gemeente Nunspeet

Historie: 1901 was een goed landbouwjaar

13 januari 2026 om 06:00 Historie

Burgemeester Céline Blom blikte in haar Nieuwjaarstoespraak terug op het jaar 2025. Zij gaf cijfers over bevolking, aantal woningen, economie en uitkeringen en benoemde diverse gebeurtenissen. Zo’n 125 jaar geleden gaf haar voorganger jonkheer Henri François Schuurbecke Boeije een overzicht over het jaar 1901. 

Dick Baas

Hij was verplicht daarvoor een voorbedrukte vragenlijst in te vullen en uit de soms summiere, maar vaak gedetailleerde beantwoording is een beeld te geven over de gemeente in het jaar 1901. Het ging dus om de ‘oude’ gemeente Ermelo (de huidige gemeenten Nunspeet en Ermelo samen).

De bevolking steeg van 7539 naar 7692 inwoners (ter vergelijking: dat zijn er nu ruim 57.000). Er werden in 1901 204 kinderen geboren en er overleden 150 mensen. Er vestigden zich 634 mensen en er vertrokken er 535. Het aantal huwelijken bedroeg 41. De inwoners van Veldwijk en ‘s Heerenloo werden apart vermeld, In deze ‘gestichten en bewaarplaatsen voor krankzinnigen; verbleven 1036 personen.

Salarissen


Er moest ook een overzicht gegeven worden van degenen die in dienst van de gemeente waren met vermelding van hun salaris. De burgemeester verdiende 1375 gulden per jaar. De twee wethouders kregen ieder 90 gulden en de leden van de gemeenteraad kregen helemaal niets. De gemeentesecretaris Berend Mulder moest het met 900 gulden doen en de gemeenteontvanger Van Marle met 500 gulden. En verder was er nog één ambtenaar. Die verdiende 350 gulden per jaar. De artsen, vroedvrouwen en de veeartsen waren ook in gemeentedienst, evenals de veldwachters, gemeenteboden en het onderwijzend personeel.
Opvallend was dat schoolhoofd-zijn van de enige school in Nunspeet die er toen was blijkbaar een goede baan was, want bovenmeester Perk stond genoteerd voor 1150 gulden en dat was meer dan de gemeentesecretaris verdiende. Zijn collega Dijkgraaf in Elspeet kreeg maar 800 gulden. Er volgde ook nog een opsomming van de wegwerkers, waarbij de wegwerkers op ‘kunstwegen’ apart genoemd werden. De lijst werd afgesloten met de klokkenisten, doodgravers en lantaarnopstekers.

Het jaar 1901 was voor de landbouw een goed jaar. Rogge en aardappelen gaven een goede oogst. Het hooi en vooral het ‘voorhooi’ werd ‘uitmuntend gewonnen’ en was van een betere kwaliteit dan een jaar eerder.
De kwaliteit van boekweit was minder gunstig en de oogst van spurrie mislukte volledig. De bijenteelt was ook niet best. Door de droogte bevatte de boekweit weinig honing en de heide bloeide slecht. Er werden 4000 bijenkasten genoteerd.
De burgemeester constateerde ook dat er bij bemesting van grasland steeds vaker kunstmest werd gebruikt. Het bouwland werd nog met stalmest bewerkt, maar ook hier gingen enkele landbouwers kunstmest gebruiken.
Er werd in 1901 ongeveer 697.000 kilo kunstmest verwerkt. De industrie telde in 1901 een fabriek in japanlakken en verfwaren (Veluvine) waar 15 mannen, 4 vrouwen en 6 kinderen werkten, en twee melkfabrieken.