
Column Arnold Bergmans: De Veluwe kent ons
19 januari 2026 om 20:00 ColumnIk kom hier nu bijna veertig jaar. Mijn vrouw Margherita nog langer. Zij kwam hier al als kind, hand in hand met haar ouders en haar zusje, naar de Witte Wieven. Niet omdat de naam zo geheimzinnig klonk, want dat mysterie kwam pas later, maar omdat het bos daar iets deed wat volwassenen zelden uitleggen en kinderen direct begrijpen: je nam het serieus.
Wij zeggen dat wij op de Veluwe wonen. Maar eigenlijk wonen wij een beetje ín haar. In onze schoenen (altijd gevuld met korreltjes zand, hoe nieuw de stappers ook mogen zijn) en in onze gesprekken, die opvallend vaak beginnen met dankbaarheid en eindigen met: vroeger was het rustiger.
En ja, dat was het. Of misschien waren wij het zelf. Minder haast, minder apparaten, minder drang om alles vast te leggen. Tegenwoordig komen mensen hier om stilte te zoeken en nemen die vrolijk mee in de achterbak.
De Veluwe laat het gebeuren. Geduldig.
Alsof hij denkt: ze leren het wel.
Wat ons hier al die jaren heeft gehouden, is niet alleen de schoonheid, maar vooral ook de ruimte om te blijven. Om opnieuw te kijken. Om mee te bewegen. De Veluwe is geen vast beeld; hij verandert zachtjes, zoals licht dat door bomen schuift. En soms verandert hij ons een beetje mee. En dan meestal ten goede.
“De Veluwe vraagt niks”, zegt Margherita vaak tegen me over ons geliefde stukje Nederland.
En dat klopt. Hij is er, in alle seizoenen, voor wie wil kijken, luisteren en soms gewoon stil wil zijn zonder daar iets van te vinden. Hij laat ons wandelen, wonen en herinneringen maken. Zelfs het mopperen gunt hij ons.
Misschien is dat wel het mooiste na al die jaren: dat wij hier niet hoeven te winnen, bewaren of bezitten. Alleen maar mee hoeven te lopen. Met een glimlach, een open blik en het besef dat deze plek ons al generaties lang verwelkomt.
Dus ja, wij zijn hier al lang. En als het aan de Veluwe ligt, mogen wij nog even blijven. Zolang wij hem blijven zien zoals hij is. Niet van ons, maar wel met ons.