
William van den Hul ziet mooie contrasten tussen VV Hulshorst en Olympia’28
13 februari 2026 om 06:00 VoetbalWaar menig trainer voor een gesprek met het lokale journaille meestal kiest voor de bestuurskamer met gratis koffie, treffen we William van den Hul (43) gewoon in de kantine. Waar hij netjes twee koffie uit eigen zak afrekent. Wat volgt is een gesprek over zijn keuze voor Olympia’28, de Veluwe, de verharding van het spelletje én zijn liefde voor OWIOS: ‘Daar ligt mijn grondslag.´
Nick Hoekman
Sinds juni pendelt hij vanuit Oldebroek naar Hasselt. Na een voetballeven dat zich af heeft gespeeld op de Veluwe, rijdt Van den Hul nu naar het sportpark in Hasselt, waar de onvoltooide verbouwing nog steeds als een ontstoken oog meekijkt met de vereniging van nu. Olympia’28 haalde het landelijke nieuws toen naar buiten kwam dat de oud-penningmeester tussen 2019 en 2024 ruim drie ton verduisterde. De destijds gestarte verbouwing moest halsoverkop stilgelegd worden.
Ik heb de club nu van binnenuit leren kennen; dan hoor je de échte verhalen
Want natuurlijk, ook hij kende de verhalen over de sores waarin de Hasselters zich bevonden op het moment dat hij solliciteerde. Zelf snapt hij ook dat mensen deze keuze misschien niet direct aanzagen komen. “Het is een bewuste keuze geweest. Gebaseerd op de gesprekken bij de club, maar ook op hoe ik als persoon in elkaar zit. Voetbal is in mijn ogen steeds meer een vorm van verbinding geworden. Je bent maatschappelijk met elkaar bezig. Dat intrigeerde me zo bij deze club, vandaar ook die keuze. Als ik daar op mijn manier aan bij kan dragen, is dat prachtig.”
Het typeert ‘de mens’ Van den Hul, die geniet van alle acties die opgezet worden. “Ik heb de club nu van binnenuit leren kennen; dan hoor je de échte verhalen. En hoe mensen daarmee om zijn gegaan en hoe ze hebben geanticipeerd op het hele gebeuren. Ik denk niet dat er veel clubs zijn die er op deze manier mee om zouden zijn gesprongen. Daar heb ik als buitenstaander echt ontzettend veel respect voor.”
In Hasselt komt hij na vijf jaar VV Hulshorst naar eigen zeggen in een andere wereld terecht. “Het niveau is misschien wel hetzelfde, ze spelen in dezelfde competitie, maar het is een andere beleving. Olympia’28 is een vereniging met veel leden en een uitstekende jeugdopleiding. De cultuur is hier heel anders, dat vind ik mooi om eens mee te maken.”
Voetballen kunnen ze allemaal wel. Wij proberen daar de Veluwse mentaliteit aan toe te voegen
Dat zit ‘m volgens Van den Hul vooral in de mentaliteit. “Het zijn hier vooral voetballers die spelen vanuit hun denkvermogen. Voetballen kunnen ze allemaal wel. Wij proberen daar de Veluwse mentaliteit aan toe te voegen”, glimlacht de trainer.
“De Veluwe herbergt prachtige eigenschappen; de mentaliteit en het karakter zorgen voor een enorme betrokkenheid. Helaas slaat dat soms door, waardoor de functie niet meer losgekoppeld wordt van de persoon.” Het was voor hem niet de hoofdreden om voor een avontuur buiten de regio te kiezen, maar: “Even buiten de Veluwe vind ik ook helemaal niet erg.”
Mentaliteit is een groot goed, maar het moet volgens Van den Hul niet doorslaan.
De trainer ziet in de loop der jaren steeds meer agressie op en rond de velden en dat baart hem zorgen. “Dat is in mijn ogen de echte kapotmaker van het voetbal. Mensen die op een respectloze manier ten koste van alles willen winnen, met alle gevolgen van dien. Maar zit je dan zaterdagavond lekker op de bank als trainer? Ik niet. En mijn ploeg ook niet. Dan zitten we liever met een 2-1 nederlaag in de kantine, maar kunnen we elkaar nog wel recht in de ogen aankijken. Dat geldt ook voor clubgrensrechters, hoor. Natuurlijk, je moet ‘scherp’ vlaggen. Maar zorg dat iedereen zich senang blijft voelen tijdens de wedstrijd. Het begint allemaal met normen en waarden, dat is de basis. Maar bij prestatievoetbal hoort tegenwoordig blijkbaar een bepaald gedrag.”
Maar zit je dan zaterdagavond lekker op de bank als trainer? Ik niet
Olympia’28 speelt dan wel in het groen en begint eveneens met een O, de grote voetballiefde van Van den Hul ligt echter in Oldebroek. Ondanks dat hij er de laatste zeven jaar niet meer actief is. “Op mijn achtste mochten we in ruil voor een consumptiebon handmatig het scorebord bedienen. Dat zijn dingen die je nooit meer vergeet; daar ligt mijn grondslag. Dat ik ooit hoofdtrainer wil worden bij OWIOS, is dan ook nooit een geheim geweest. Als de club me nodig heeft, ben ik er. Mits het moment geschikt is. Er is immers geen grotere eer dan je eigen vereniging te mogen dienen. De een doet dat als metselaar, ik ben voetbalgedreven en doe dat in mijn rol als trainer. Zo geeft iedereen op zijn eigen manier waarde aan de club.”
