De Astridlaan is genoemd naar de Belgische koningin Astrid.  Foto: Boek 'Straatgebonden' en Dick Baas
De Astridlaan is genoemd naar de Belgische koningin Astrid. Foto: Boek 'Straatgebonden' en Dick Baas Dick Baas

Het verhaal van de Astridlaan

20 april 2026 om 11:51

Dat de straten in de Belgenbuurt of Belgenkamp in Nunspeet naar het Belgische koningshuis zijn vernoemd is algemeen bekend. Het is de buurt waar in de Eerste Wereldoorlog duizenden Belgische vluchtelingen waren opgevangen in het Vluchtoord Nunspeet. Daarom werden de straten bij de latere woningbouw naar het Belgische koningshuis vernoemd. Er is onder meer een Astridlaan. Maar wie was Astrid nu precies?


Bij de straatnaamgeving in de raad van 11 februari 1938 werden vier straten vernoemd naar leden van het Belgische koningshuis. Dat waren de Albertlaan, de Elizabethlaan, de Leopoldlaan en de Astridlaan. Aan de Albertlaan, Leopoldlaan en de Elizabethlaan stonden toen nog maar enkele huizen, de Astridlaan was nog onbebouwd. In 1958 en 1960 kwamen het Boudewijnplantsoen, de Fabiolalaan en de Paolalaan. In 'Straatgebonden', het Nunspeetse boek over straatnamen, wordt het raadsbesluit van 3 oktober 1958 genoemd als datum voor de straatnaamgeving. Maar dit besluit betrof de verlenging van de al bestaande Astridlaan. De bebouwing dateert van 1962 (even zijde) en 1967 (oneven zijde).


Koningin Astrid

De Albertlaan is vernoemd naar Koning Albert I, die van 1909 tot 1934 koning der Belgen was. Hij was getrouwd met Elizabeth, een Beierse prinses. Op 17 februari 1934 maakte Albert tijdens een bergwandeling in de Ardennen een dodelijke val van een rots. Zijn zoon Leopold III volgde hem op. Als kroonprins ontmoette hij in 1926 in Stockholm de Zweedse prinses Astrid, dochter van prins Karel van Zweden en de Deense prinses Ingeborg. Het was liefde op het eerste gezicht. Het verhaal wil dat er bij de eerste ontmoeting meerdere huwbare prinsessen aanwezig waren. Maar de wat verlegen Astrid kreeg de voorkeur. Ze trouwden nog in datzelfde jaar, eerst in Stockholm en daarna in Brussel. In Brussel waren de Zweedse en Deense koninklijke familie aanwezig. De uiterst knap uitziende, vaak in het wit geklede prinses kreeg al snel de naam van 'sneeuwprinses' en was door haar lief en zachtaardig karakter geliefd bij de Belgische bevolking. Dat was al begonnen bij haar aankomst in Antwerpen. Los van elk ceremonieel vloog zij Leopold om de hals. De omstanders konden dat wel waarderen. Leopold en Astrid kregen drie kinderen: de latere koningen Boudewijn en Albert II en een dochter Josephine Charlotte, die met groothertog Jean van Luxemburg trouwde.

De huidige koning Filip van België iseen kleinzoon van Astrid en Leopold


In 1934 werd zij dus koningin. In 1935 waren Leopold en Astrid incognito op een korte vakantie in Zwitserland. Op 29 augustus 1935 maakten zij per auto een uitstapje. Leopold reed, Astrid zat naast hem en de chauffeur zat achterin. In Küssnacht am Rigi wees Astrid iets aan op de kaart. Leopold boog zich voorover om te kijken en verloor daarbij de macht over het stuur. De auto botste tegen een perenboom. Astrid werd uit de auto geslingerd en overleed ter plekke aan hoofdletsel. Ze was 29 jaar en in verwachting van haar vierde kind. Astrid werd bijgezet in de koninklijke crypte in Laken.