Afbeelding
Eigen foto
COLUMN

De mier en de krekel

17 mei 2022 om 09:00 Achtergrond

Sinds september mag ik de directeur van Stichting Welzijn Nunspeet zijn. Vanuit deze functie werd ik gevraagd om voor de evaluatie van één van onze activiteiten in de Veluvine een opening te verzorgen. Deze activiteit draait om het ontvangen en begeleiden van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.

Ik moest denken aan een verhaaltje wat iemand mij eens vertelde. Iets met een mier en een krekel. Ik was de precieze strekking kwijt, dus zocht ik het op. Het bleek om een oud Nederlands gedicht te gaan van Joost van den Vondel (begin 17e eeuw). De strekking is dat de mier de hele zomer hard werkt, terwijl de krekel zich vooral bezig houdt met muziek maken en de dieren van het bos opvrolijken. De winter is extreem koud en de krekel, die geen voorraad heeft aangelegd, vergaat van de honger. Hij klopt bij de mier aan, maar die weigert te helpen. Had de krekel nu naar hem geluisterd, en wat minder muziek gemaakt, dan zou de krekel wat te eten hebben gehad. Zo sterft de krekel en eindigt het gedicht. Het verwoordt een diepe overtuiging in onze cultuur dat je als mens productief moet zijn, je eigen kostje moet verdienen en vooral niet om hulp moeten vragen als het eens tegen zit. 

Maar hoe zou het zijn afgelopen met de mier? Dat vertelt Joost van den Vondel niet. Ik kan mij voorstellen dat hij de volgende zomer weer hard aan het werk gaat, maar helaas met een pootje klem komt te zitten tussen twee stenen en het pootje raakt lam. Omdat de mier niet meer productief kan zijn, verstoten de andere mieren hem. De mier trekt zich terug om niemand tot last te zijn en denkt weemoedig terug aan de krekel, die juist in deze tijd wellicht iets had kunnen zingen om hem op te vrolijken en te troosten. Hij zou deze moeilijke tijd doorgekomen zijn, denkt hij depressief. En hij sterft in eenzaamheid.

Mensen denken vaak vanuit hun eigen wereldbeeld en veroordelen anderen die anders zijn of doen. Maar is een productief bestaan inderdaad het hoogste geluk? Of vinden we dat relaties met mensen die anders zijn dan wij juist ons leven kunnen verrijken? Laten we in Nunspeet oog hebben voor de ander in tijden dat het goed gaat, zodat we niet alleen komen te staan, in tijden van tegenslag. En dat geldt dan niet alleen voor het onderdak bieden aan Oekraïners (natuurlijk heel fijn dat dit zo goed is opgepakt), maar ook voor onze buren en dorpsgenoten die niet zo makkelijk hun eigen kostje kunnen verdienen. Want, zo hield ik onze vrijwilligers voor, zij hebben een hele mooie, andere inbreng die waardevol en kostbaar is en ons leven mooier maakt.

Egbert Ribberink

Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

advertentie
advertentie