
Column Wilke het Lam: Bemiddelaar
30 januari 2024 om 18:54 ColumnErgernis bekroop mij terwijl ik naar het scherm staarde. Verschillende keren had ik hem via Skype een oproep gestuurd, maar Sam is offline. Sam begint te puberen, het is soms knap lastig om via een schermpje in te kunnen schatten of ik in het ootje genomen word of niet. En nu dit weer. Vergeet hij het? Doet het internet het niet? Of is dit per ongeluk expres?
Even een app naar zijn vader. Als hij thuis is, kan hij kijken wat er aan de hand is. Nog één keer een oproep en dan stop ik ermee. Oh, contact. De camera gaat niet open, maar ik hoor wat. Gesnotter. Wat is dat? Ik noem zijn naam. Gesnif. Ik vraag hem de camera open te doen, krijg een jongen met een behuild gezicht te zien. Op mijn vraag wat er is, hoor ik wat onverstaanbare geluiden.
De camera gaat weer uit. Geen wonder, liever je gezicht verbergen dan verliezen. Maar het verstaan wordt nog moeilijker. We gaan chatten, in telegramstijl. “Ik had me vergist. Dacht dat u er vandaag niet was. Mijn vader appte zojuist. Is kwaad. Gaat mij straffen. Denkt dat ik lieg. Teleurgesteld. Had zulke hoge verwachtingen van mij.” Dat laatste, daar gaat het om. Ik begin het te begrijpen. Ja, hij is aan het puberen, maar is ook echt chaotisch. Dit was geen opzet. Ik snap ook de vader. Je moet maar het gevoel hebben dat je zoon er een potje van maakt. En ik zie het verdriet van Sam. Je vader zou maar zeggen dat hij teleurgesteld in je is. Ik probeer te bemiddelen, dit moet toch opgelost?
Na een half uur praten met Sam via het scherm en ondertussen appen met zijn vader lijkt het erop dat de twee elkaar weer gaan begrijpen. Ik sluit af en haast me naar een volgende afspraak.
Onderweg ben ik er nog mee bezig. Hoe ontroerend is het dat je juist door dat heftige verdriet heen voelt hoe verknocht die twee aan elkaar zijn.
Ik kijk naar mezelf. Hoe beschamend is het dat ik zo dikwijls niet zo’n intens verdriet voel als ik mijn Hemelse Vader weer teleurgesteld heb. Stel je voor dat ik een appje zou krijgen bij al die keren, mijn telefoon zou roodgloeiend staan.
Wat een oneindig groot geschenk dat er Iemand is die voor mij bemiddelt: Jezus!













