
Vleermuis is boeiend en nuttig: ze komen pas tevoorschijn als we naar bed gaan
21 maart 2025 om 06:00 AchtergrondDe laatste tijd hoor je steeds meer over vleermuizen, maar wat weten we van ze? Veel mensen houden van vogels en kunnen een paar soorten herkennen. Maar vleermuizen? Die zijn veel onbekender en mysterieuzer. Ze komen pas tevoorschijn als de meesten van ons naar bed gaan. Maar ook dan - in het donker - nemen we vleermuizen niet goed waar. Onze ogen zijn daar niet geschikt voor en het geluid dat ze maken is vaak te hoog voor onze oren. Maar vleermuizen zijn heel nuttig.
Vleermuizen zijn zoogdieren: ze voeden hun jongen met moedermelk. En ze zijn de enige zoogdieren die vliegen. In ons land leven er 18 soorten. Een van de kleinere soorten is de ‘gewone dwergvleermuis’; hun vleugels hebben een spanwijdte van 18 tot 24 cm. Een van de grootste soorten is ‘vale vleermuis’, met een spanwijdte van 35 tot 43cm. Al deze soorten leven van insecten. Die vangen ze op verschillende manieren. De ‘franjestaart’ kan zwevend met zijn achterpoten een spin uit het web halen, zonder hierbij het web zelf te raken.
Vleermuizen zijn nachtdieren, overdag slapen ze. Sommige soorten doen dat in gebouwen: in spouwmuren, onder daken, achter gevelkleding, in zolders, kelders en achter raamluiken. Andere soorten geven de voorkeur aan bomen en kiezen daar een slaapplaats in holtes of scheuren en achter loszittende schors. Vleermuizen hebben een netwerk van slaapplekken; door het jaar heen verhuizen ze vaak tussen hun favoriete adresjes. Voor hun winterslaap kiezen ze plekken waar het veilig en rustig is, en waar het koel is maar niet vriest.
In het voorjaar en begin van de zomer baren de vrouwtjes hun jongen, ze zitten dan graag bij elkaar op plekken met het meeste voedsel waar het ook warm is. Tegen het einde van de zomer is het paartijd en verplaatsen vleermuizen zich richting hun winterverblijf. Mannetjes zitten in de kraamtijd op de minder geschikte plaatsen, maar verplaatsen zich in de paartijd juist naar de goede voedselrijke plekken, want zij moeten op kracht zijn om vrouwtjes te versieren voordat ze in winterslaap gaan.
Vleermuizen krijgen gemiddeld één jong per jaar en daarom is het lastiger om hun aantal op peil te houden. En een aantal factoren in onze moderne tijd maakt dat nog moeilijker. Het gebruik van giftige insectenbestrijdingsmiddelen bijvoorbeeld, leidt tot sterfte onder vleermuizen. Maar ook het verdwijnen van verblijfplaatsen, door het isoleren van muren en kappen van oude bomen bijvoorbeeld.
Het aantal vleermuizen wordt minder. En om dit te keren is de vleermuis in de Europese Unie een beschermde diersoort geworden. Ze mogen niet worden gevangen of gedood en het is verboden om ze in hun schuilplaats te storen. Zo mogen spouwmuren tegenwoordig alleen geïsoleerd worden op momenten dat er geen vleermuizen in zitten. En moeten gemeente extra terughoudend zijn met het geven van kapvergunningen. Ook worden er nieuwe verblijfplaatsen gecreëerd, bv met speciale kasten in of aan muren of op palen.
Vleermuizen vragen dus bescherming vanwege hun kwetsbaarheid, maar ook vanwege hun nuttige rol in de natuur. Een gemiddelde vleermuis eet ‘s zomers zo’n 300 tot 1000 insecten per nacht. Veel van die insecten zijn vervelend voor mensen (steekmuggen!) of schadelijk voor de landbouw (kevers en nachtvlinders).












