
Propellerhub is herinnering aan Lancaster ‘Maggie’
6 juni 2022 om 09:00 HistorieNUNSPEET Het was 13 juni 1944 toen een Engelse Lancaster bommenwerper brandend neerstortte aan de Oosteinderweg in Nunspeet. Van de zeven inzittenden overleefden vier de crash niet. Op 13 juni 2022 (14:00 uur) zal een monument onthuld worden met een originele propellerhub van het toestel als belangrijkste onderdeel. Familie van drie bemanningsleden zal daarbij aanwezig zijn. Na de onthulling is er een herdenking bij de Engelse graven aan de Eperweg (15:00 uur).
De Lancaster met op het motorschild de naam Maggie was opgestegen van de Engelse basis Waterbeach en met 294 andere toestellen op weg geweest om de olie-installaties in Gelsenkirchen succesvol te bombarderen. Op de terugweg werd Maggie door een Duitse nachtjager aangeschoten en vloog in brand. De 21-jarige Krijn Polinder die aan de Oosteinderweg in een in het hakhout gemaakte onderduikers hut sliep, zag rond twee uur het brandende toestel op zich afkomen. Het stortte neer op een roggeakker dichtbij de vroegere pluimveeslachterij. Het staartstuk was afgebroken en viel op een haverveld bij een boerderij aan de Oosteinderweg.
De staartschutter Keith Russell Baker overleefde het niet. Kinderen vonden hem toen ze naar school gingen. Drie inzittenden zaten nog in het toestel. Ze waren zodanig verbrand dat identificatie moeilijk was. Het waren Sergeant George Kennedy Brown, Flight-sergeant Gordon Florence Lewis en sergeant Edward William Steger. Drie inzittenden hadden tijdig uit het toestel kunnen springen. Sergeant Peter Geoffrey Cooper landde in een boom bij het laantje naast het hertenpark met een gebroken been. Hij werd door de Duitsers overgebracht naar het ziekenhuis. Sergeant Harry James Bourne landde bij Wesinge. Totaal overstuur wilde hij naar zijn kameraden. Hij werd gevangen genomen en kwam evenals Cooper terecht in een krijgsgevangenenkamp. Ze overleefden de oorlog. De piloot Pilot Officer Derek Anthony Duncliffe wist te ontsnappen en werd aanvankelijk ondergebracht in Het Verscholen Dorp en maakte de bevrijding mee in Apeldoorn.
De slachtoffers werden begraven op de begraafplaats aan de Eperweg. Een cenotaaf met de namen van hen en andere gesneuvelde Britten is de plek voor de jaarlijkse Poppyday herdenking.
De grond waar Maggie was neergestort was eigendom van de familie Polinder en later van de pluimveeslachterij. Toen dit bedrijf failliet ging en de grond in eigendom van de gemeente kwam voor industrievestiging, zag Gerrit Polinder, die er vlakbij woont, een mogelijkheid voor een gedenkteken. Het werd een burgerinitiatief met Gerrit Polinder, Wessel Scheer en Dick Baas, gesteund door medewerkers van de gemeente. In 1994 had Gerrit de Ruiter uit IJsselmuiden met een metaaldetector een hub van de propeller gevonden. Wessel Scheer vond hem bereid die af te staan voor het monument. De Ruiter kwam ook in de werkgroep. Een goed bereikbare locatie werd een plek bij de rotonde Rondweg De Kolk/Sportlaan. Het ontwerp is gemaakt door Harwin Prins. Er komt een informatiepaneel met het verhaal, de namen en foto’s. Het college van B en W ging akkoord met plaatsing en financiering van het monument. Inmiddels is het grondwerk verricht en zijn de cortonstalen onderdelen geplaatst.
Wessel Scheer ging op zoek naar familieleden van de bemanning. Het kostte veel moeite, maar bij de onthulling op 13 juni zijn familieleden van Duncliffe, Baker en Bourne aanwezig.
Dick Baas









