
In gesprek met Hans Tijmes - ‘Niemand is meer of minder mens’
16 oktober 2024 om 14:30 MaatschappelijkAnna Martowirono-Bosklopper (75) is iemand die gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid hoog in het vaandel heeft staan. Ze voelt zich aangesproken om mensen met woord en daad te helpen als ze achtergesteld worden of ergens de dupe van zijn.
Anna: “Ik ben geboren in Oldenkotte bij Eibergen. Mijn vader was een Drent en mijn moeder een echte Amsterdamse. Toen ik 2 jaar was, verhuisden we naar Amsterdam. Na de middelbare school ging ik werken bij de Omzetbelasting. Ik was één van de eerste drie vrouwen die op deze afdeling werd aangenomen, we voelden ons een beetje feministisch. Tijdens mijn werk studeerde ik rechten aan de Open universiteit. Dat kwam ondermeer van pas bij een HBO-instelling in Dronten. Ik zat in de medezeggenschapsraad en ondersteunde personeel en studenten. Iedereen heeft dezelfde basisrechten, zowel een telefoniste als directeur. Daar moest ik toen wel regelmatig op wijzen. Ook bij Vluchtelingenwerk Nunspeet was ik met recht en regelgeving ondersteunend voor statushouders.
Op jonge leeftijd kwam ik al discriminatie tegen. Toen ik 11 jaar was, woonde ik tegenover Mary, een Surinaams-Creools meisje. Samen hadden we een ‘Anti-rassendiscriminatieclub’ opgericht. We hebben toen nog in de krant, de Echo, gestaan.
Vroeger demonstreerde ik voor gelijke rechten voor vrouwen en gebruikte ik altijd mijn meisjesnaam, nu sta ik op tegen discriminatie. Mijn man is een Javaan uit Suriname, dus mijn kinderen zijn gekleurd, over hen wordt vaak gezegd: ‘Ze zijn goed opgeleid, dan is het anders.’ Dan zeg ik: ‘Hoezo? Je bent toch niet anders omdat je toevallig een goede opleiding hebt gedaan?’ Wanneer ik mensen erop aanspreek, zeggen ze vaak: ‘Ik bedoel het niet zo.’ Daar ben ik dan klaar mee. Waarom zeggen mensen iets wat ze niet bedoelen? Anti-discriminatie heb ik van huis uit meegekregen. Mijn vader zat in het verzet, hij heeft nog het Verzetsherdenkingskruis gekregen, en op naam van mijn moeder konden heel wat mensen onderduiken. Ze waren er niet alleen trots op, maar vonden het ook vanzelfsprekend. We moeten alert blijven op discriminatie, achterstelling en racisme. Het is goed dat er excuses voor het slavernijverleden zijn aangeboden, maar het lost het onderliggende probleem nog steeds niet op. Er is nog veel aandacht nodig om mensen die ongelijk worden behandeld, een kans te geven op een beter leven. Mijn motto: ‘Niemand is meer of minder mens, laten we elkaar accepteren zoals we zijn.’”













