
In gesprek met Hans Tijmes - ‘Het leven kan spetterend kleurrijk zijn’
4 juli 2024 om 14:45 MensenIk heb afgesproken met Willy Rimann (89). Staand in de deuropening wenkt ze me binnen: “Leuk dat je er bent, Hans.” Ze gaat me voor naar de woonkamer en neemt plaats op de bank waar ze ook haar steunstok kwijt kan.
Hans Tijmes
“Even op adem komen”, zegt ze. Vervolgens leidt ze me met haar blikken de woonkamer rond en vertelt: “Kijk, hier op de muur boven de bank heb ik tinnen zeilbootjes hangen. Frits, mijn man, in 1932 geboren en overleden toen hij 84 jaar was, hield van zeilen. En deze boze haan, geschilderd met vlotte penseelstreken met gebrande omber en roodgele oker, hebben wij voor een habbekrats gekocht van een tekenleraar van de school uit Almelo, waar Frits werkte als wiskundedocent. Daar had hij tijdens zijn vele zeereizen tijdens zijn carrière als stuurman op een vrachtboot van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij voor gestudeerd. En dit schilderij hebben we tijdens een familieweekend gemaakt, door met plezier te kleuren op een doek dat op de grond lag te spetteren.
In de Tweede Wereldoorlog, was ik ‘s nachts bang als er vliegtuigen over kwamen. Ik dook dan onder de dekens, en fantaseerde dat er aan de andere kant van de wereld ook een meisje was zoals ik, dat wél leuke dingen meemaakte.
Als puber ging ik overal tegenin. Dat werd er niet beter op toen mijn moeder overleed, ik was twintig. Gelukkig had ik in die tijd een lieve vriendin met wie ik veel optrok. En ik had een relatie met Frits. Toen mijn vader op zoek ging naar een nieuwe vrouw, wilde ik het huis uit om elders in Amsterdam te gaan wonen. Frits en ik werden steeds inniger en trouwden in 1957.
Nadat ons eerste kind na vijf weken plotseling overleed, was ik, net als in de oorlog, weer somber. Frits kon toen niet geloven dat hij er niet voor ons kon zijn. Van de ene op de andere dag besloot hij aan de wal te gaan. Uiteindelijk vond hij een baan als docent wiskunde op een school in Almelo en later in Amstelveen als rector en toen weer leraar in Harderwijk. Gelukkig werd ons leven nog verrijkt met twee dochters en een zoon. Nadat zij uit huis trouwden, wilde ik werken in een Wereldwinkel. In 13 jaar verzamelde ik informatie voor klanten, schoolklassen en voor mezelf over de producten die aan de andere kant van de wereld werden gemaakt. Op een gegeven moment ben ik met het werk gestopt.
Nadat Frits overleed, verhuisde ik van Hulshorst naar Nunspeet. Gedreven door een onbedwingbaar zoekgevoel begon ik opnieuw met het verzamelen van informatie. Totdat het me als bij toverslag duidelijk werd dat het meisje waar ik in de oorlog over fantaseerde en droomde, samenviel met wie ik was; ik had mezelf teruggevonden. Nadat het schilderij was voltooid, kreeg ik het dragende gevoel dat het leven spetterend kleurrijk kan zijn.”













