
Gevlucht uit Syrië: ‘Het moeilijkste vond ik dat je niks kon zeggen’
18 juni 2025 om 06:00 MensenAhmad Jarrah kwam in 2014 naar Nederland en woont sinds 2015 in Nunspeet. Zijn familie en vrienden liet hij achter, net als zijn eigen winkel en diploma economie. Waarom vluchtte de toen 22-jarige en hoe is hij in Nunspeet terecht gekomen? Ahmad spreekt over vluchten, het leven dat hij achterliet, het leven dat hij opbouwde en het leven tussen twee culturen. “In Nederland voel ik me thuis, maar sta ik altijd een beetje aan de zijlijn.”
Toen Ahmad Jarrah op het punt stond af te studeren van zijn universitaire studie economie in Syrië, besloot hij het rustiger aan te doen. “Wanneer ik zou afstuderen, zou ik het leger in moeten. Uiteindelijk heb ik vijfenhalf jaar, in plaats van vier jaar over mijn studie gedaan. Daarna moest ik het leger in. Maar ik was mijn leven niet zeker in Syrië: het Assad-regime was misdadig. Ik kon mijn best doen ‘goed’ te leven en me aan de regels te houden, maar dat zou weinig verschil maken. Mensen werden zonder duidelijke reden gearresteerd of zelfs vermoord. Assad voerde zelfs bomaanslagen uit. Het is een grote crimineel. We noemen de situatie in Syrië ‘oorlog’, maar het was geen oorlog. Het was Bashar al-Assad tegen het volk. Wij hadden echter geen wapens, Assad had alles. Het was geen eerlijke strijd. Het moeilijkste vond ik dat je niks kon zeggen. Stel dat je buurman gearresteerd of zelfs gedood werd, moest je alsnog je mond houden. Ik wilde niet voor dat regime vechten en besloot te vluchten.” Ahmad vertrok alleen. Zijn ouders liet hij achter, net als twee zussen. “Vrouwen hoeven het leger niet in en mijn ouders zijn oud, ze hadden er vertrouwen in dat hen niks zou overkomen. Ze willen vooral dat wij veilig zijn.”
Zijn twee broers en een zus zijn ook gevlucht: een broer en een zus zijn in Dubai, een andere broer is drie jaar geleden naar Nederland gekomen. Hij woont nog in het asielzoekerscentrum (AZC). “Hij is in een moeilijkere tijd aangekomen in Nederland dan ik. Ik heb slechts een jaar in een AZC gezeten. Daar voelde ik me meteen veilig na een zware periode van vluchten, maar ik had nog veel te verwerken. Gelukkig kreeg ik daar hulp bij van de GGD.
Na een jaar kreeg ik een woning toegewezen: een appartement in Nunspeet aan het spoor. Hoewel ik blij was een plek te hebben, was het een moeilijke periode: ik kende de taal niet en moest veel regelen, van zorgverzekering tot huursubsidie. Dan had ik nog het geluk dat ik hoogopgeleid ben: ik kan Engels en kan veel opzoeken op het internet, toch was het zelfs met die voordelen erg moeilijk. Gelukkig hebben de mensen die bij Vluchtelingenwerk werken, me geholpen. Later heb ik me ook vrijwillig voor Vluchtelingenwerk ingezet als tolk. Een jaar lang heb ik me gefocust op het leren van de taal -dat kon niet in het AZC, daarna startte ik mijn eigen bedrijfje. Mijn diploma heb ik niet laten waarderen: dan zou ik nog een extra jaar moeten studeren, dat wilde ik niet. Ik wilde werken en geld verdienen. Ik zette een winkel op met Arabische levensmiddelen. Dat liep goed tot de coronapandemie. Ik besloot voor een baas te gaan werken en ging glasvezelkabels aanleggen, maar mijn economiehart bleef kloppen: ik begon ook hierin voor mezelf. Nu werk ik als taxichauffeur. Ook voor mezelf.”
Toen Ahmad zijn bedrijf met Arabische levensmiddelen had, leerde hij veel mensen met een Syrische afkomst kennen, zo ook de vrouw waar hij later mee trouwde. “Zij kwam met haar familie naar Nederland, dus ik leerde haar familie eerst kennen. Inmiddels zijn we getrouwd en hebben we twee prachtige kinderen. Nu het Assad-regime gevallen is, is het nog niet helemaal veilig, maar wel minder gevaarlijk in Syrië. Ik zou wel terug willen, maar mijn vrouw was jonger toen ze vluchtte - een jaar of 12, 13 - en haar familie woont hier. Ik moest in Syrië een heel leven achterlaten. Het is thuis. De plek waar je opgroeit, voelt altijd een beetje warmer dan een ander land. Maar ik voel me ook Nederlander. Hier heb ik ook een leven opgebouwd, ook dit is thuis. Ik zou het liefst werk vinden waarbij ik beide culturen kan combineren. Misschien iets met handel, waarbij ik soms in Syrië ben en soms in Nederland. Maar hoe ik dat kan doen, weet ik nog niet. Ik ben er nog over na aan het denken.”
We vragen wat Ahmad de lezers van deze krant graag mee wil geven: “Vluchtelingen zijn gewoon mensen, zoals iedereen. Wij hebben onze huizen, families, dromen en carrières allemaal achtergelaten. Dat is echt heel moeilijk voor ons. Niemand wil vluchten. We hadden geen keus. We moesten. De vluchteling heeft doorzettingsvermogen en hoop. Wij willen geen medelijden, maar een kans om te leven, om te werken, om bij te dragen en een veilige en mooie toekomst op te bouwen. We zijn dankbaar voor elk klein beetje begrip, hulp en openheid.”













