
Doornspijkse Celia Visch jaagt met een bloedgang op podiumplekken
3 september 2025 om 06:00 OverigDe race eindigen met een medaille óf een teleurstelling. Bij het BMX’en liggen vreugde en verdriet dicht bij elkaar. “Het gaat zó hard, elk foutje van jezelf óf een ander kan zorgen voor een grote valpartij en een uitschakeling.”
Nick Hoekman
Aan het woord is Celia Visch (19). De Doornspijkse is op dat moment in Denemarken druk bezig om zich gereed te maken voor het WK waar ze ondertussen aan deel heeft genomen en als 18e is weten te eindigen.
Ondanks haar jonge leeftijd, is dit doodleuk haar derde opwachting op een mondiaal eindtoernooi. Eerder deed ze al het Belgische Zolder en Schotse Glasgow aan. Tel daar nog een aantal fraaie podiumplaatsen bij op tijdens NK’s én een knappe vijfde plek tijdens het EK in Verona (2024) en we mogen spreken van een powervrouw op een BMX-fiets.
Op deze manier ziet de 19-jarige topsportster veel van de wereld. En dat doet ze gezellig samen met haar ouders, in de caravan. “Het is echt heel gezellig om stad en land af te reizen om zo mee te doen aan BMX-wedstrijden. Soms gaat mijn broert ook mee en is het echt een familie-uitje.” Met een beetje gevoel voor fantasie, zou je kunnen stellen dat Visch meerdere keren per jaar op fietsvakantie gaat. Waar de eindtoernooien in Europa goed af te reizen zijn voor de Vischjes, heeft Celia toch ook nog stiekem een droom voor volgend jaar. Dan is het WK namelijk down-under in Australië. “Dat lijkt me echt heel gaaf. Maar daarnaast is het ook meteen heel prijzig qua reis en zo. Dan zou ik wel mijn sponsoren en ouders even lief aan moeten kijken. Mits ik me daar voor weet te plaatsen”, glimlacht de HBO-studente communicatie. Want zonder haar ouders en sponsors, wordt het lastig fietsen voor Visch. “Ik mag dit allemaal meemaken dankzij hen. Daar ben ik ze ook echt dankbaar voor.”
Naast de uren aan training (”Ik ben elke dag wel minimaal wel een uur bezig met het fietsen.”) is ze ook nog trainster bij de Kamper Wieler Club (KWC). We vragen Visch waar voor haar de kick in de sport zit. “De snelheid. Daarnaast is de concurrentie in deze klasse (vrouwen tussen de 17 en 24 jaar) ook super vet. Met Nederland behoren we wel echt tot de toplanden in onze klasse. Qua niveau zitten we allemaal dicht bij elkaar, dus zodra je één foutje maakt ben je eigenlijk ook al wel weg.”
Dat het een sport is die niet zonder gevaar is, lijkt logisch. Visch heeft zelf onder andere te maken gehad met gebroken sleutelbenen. “Maar zodra je aan de start staat, het startcommando hoort én het stoplicht op groen ziet springen, dan wil je maar een ding: zo snel mogelijk naar beneden”, beschrijft ze enthousiast haar liefde voor de sport. Op weg naar een podiumplek.
Of met een beetje pech, een te vroege uitschakeling.









