Afbeelding
Dick Baas

Column ds. Kees de Groot: Solidariteit

30 juni 2026 om 13:00 Column

Onlangs stelde een jongerenafdeling van een politieke partij voor de AOW ‘gefaseerd’ af te schaffen. In 2050 zou de AOW verleden tijd moeten zijn. Deze jongeren vinden dat de focus gericht moet zijn op de ‘zelfredzaamheid’ van elke burger. Ter compensatie zou de inkomstenbelasting moeten worden verlaagd zodat ‘werkenden’ zelf kunnen bepalen hoeveel geld ze inleggen in hun individuele spaarpot.

Dit voorstel illustreert mijns inziens hoezeer solidariteit in onze samenleving tanende is. Veel van onze wetten hebben hun wortels in de christelijke traditie. In het Oude Testament zegt God tegen Zijn volk Israël dat er onder Zijn kinderen geen armen mogen zijn. (Deut. 15:4). In het Nieuwe Testament klinkt bij herhaling de oproep om oog en hart te hebben voor de zwakkeren in de samenleving. Paulus vindt bijvoorbeed dat wie geld heeft, bereid moet zijn daarvan te delen. (1 Tim. 6:18) 

Veel van onze wetten hebben hun wortels in de christelijke traditie

Het ‘samen delen’ waar de Bijbel aandacht voor vraagt, en waar onze sociale wetgeving in wortelt, staat in schril contrast met ‘zelfredzaamheid’. Zelfredzaamheid houdt een samenleving in waarin het recht van de sterkste geldt. Wie geen werk heeft, is niet in staat zijn of haar pensioenpot te vullen. Als ‘zelfredzaamheid’ de rode draad in de samenleving is, wordt het voor bijvoorbeeld zieken, gehandicapten en asielzoekers heel moeilijk om nog een menswaardige oude dag te beleven. 

Een rabbi vroeg eens aan zijn leerlingen: ‘Hoe stel je het moment vast waarop de nacht eindigt en de dag begint. ‘Ik denk als je van veraf het verschil tussen een hond en een schaap kunt zien’, zei één van zijn leerlingen. De rabbi schudde van nee. Een ander opperde: ‘Als je op een afstand een vijgenboom van een dadelpalm kunt onderscheiden’. ‘Nee, ook niet’, zei de rabbi. Vervolgens gaf hij zelf antwoord. ‘Het is het moment waarop je in het gezicht van een medemens kunt kijken en in hem of haar je broeder of zuster ziet. Tot op dat moment zijn we nog in de nacht. (naar Friedrich Dietz, Twee minuten per dag, 56). Wie met zijn of haar hart naar een ander kijkt, kan niet anders dan solidair zijn. 

Ook solidair met onze ouderen. Dat is een verschil van dag en nacht.

Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

advertentie
advertentie