
Nieuwe expositie in Noord-Veluws Museum: Nida, kunstenaarsdorp in Litouwen
22 mei 2025 om 06:00 CultuurVoor het eerst is in Nederland een collectie kunstwerken te zien van de kunstenaars die in het Litouwse kunstenaarsdorp Nida werkten. Omdat Nunspeet en het Noord-Veluws Kunstmuseum lid zijn van euroart, de Europese federatie van kunstenaarskolonies, is de expositie Nida, kunstenaarsdorp in Litouwen, binnenkort te zien in het Noord-Veluws Kunstmuseum. De expositie wordt vrijdag 13 juni geopend.
In het dorp aan de Koerse Schoorwal ontstond een van de oude kunstenaarskolonies in Europa. Het gebied is beroemd om zijn natuurschoon. De Duitse geleerde Wilhelm von Humboldt (1767- 1835) schreef in 1809 aan zijn vrouw: ‘De Koerse Schoorwal is zo merkwaardig, dat men haar eigenlijk net als Spanje en Italië gezien moet hebben om niet van een prachtige herinnering verstoken te blijven.’ De Koerse Schoorwal staat dan ook als cultureel erfgoed sinds 2000 op de Werelderfgoedlijst van de Unesco.
“Het schilderij ‘Italiaans gezicht op Nida’ van Hans Hentschke met de kromme den op de voorgrond doen ons denken aan de baai van Napels”, vertelt directeur van het Noord-Veluws Kunstmuseum, Roeland Robert. “Vanwege deze mediterrane atmosfeer en het bijzondere licht vanwege de ligging tussen de Oostzee en de lagune en vanwege het bijzondere duinlandschap trok het dorp al vroeg kunstenaars van de kunstacademie in Königsberg aan. Zonder de nabijheid van deze vooruitstrevende academie, die in 1845 lessen voor landschapsschilderkunst had opgezet, zou Nida als kunstenaarsdorp ondenkbaar zijn geweest. De leraren van de academie moedigden hun leerlingen herhaaldelijk aan om op excursie te gaan, motieven in de vrije natuur te zoeken.”
Hans Hentschke (1889-1969) zelf kwam pas in de jaren 1920 tot 1940 naar Nida, maar de kunstenaarskolonie bloeide al in de tweede helft van de 19de eeuw. Het waren vooral Duitse kunstenaars die het afgelegen en ongerepte dorp bezochten, vanwege de relatieve nabijheid van de Königsberger academie. Kunstenaars uit de periode 1860 tot rond 1900 waren Julius Wentscher, Carl Scherres, Olof Jernberg, Berthold Genzmer, Friedrich Behrendt en Ernst Bischoff-Culm. Het waren kunstenaars die werden geïnspireerd door de Franse Barbizon schilders die ‘en plein air’ en impressionistisch werkten. Olof Jernberg (1855-1935) bijvoorbeeld verbleef tijdens zijn studiejaren in 1880 tot 1881 in Parijs, waar Barbizonschilders als Corot en Daubigny grote indruk op hem maakten. Hij maakte vooral impressionistische landschappen, ook in Nida. In 1901 ging Jernberg lesgeven aan de kunstacademie in Königsberg. Met zijn studenten schilderde hij ook regelmatig bij de Koerse Schoorwal.
In 1902 startte een ‘vrouwenklas’ aan de Königsberger academie waar vrouwelijke kunstenaars een opleiding kregen. Helene Neumann was één van de eerste leerlingen. Vanaf 1903 bezocht zij Nida en na haar vonden meer vrouwen de weg naar Nida, zoals Helene Tüpke-Grande, Anna Michelau en Ida Wolfermann-Lindenau.
De Duitse expressionistische schilder en Die Brücke-lid Max Pechstein (1881-1955) kwam in 1909 voor het eerst naar Nida. Hij was geïntrigeerd geraakt door de schilderijen van Ernst Bischoff-Culm en maakte de lange reis vanuit Berlijn naar het schildersparadijs. Van Pechstein is in de tentoonstelling een ets uit 1917 te zien. Hij tekende met krachtige lijnen de vuurtoren van Nida. Daarna volgden meer expressionisten, zoals Eduard Bischoff, Arthur Degner, Otto Beyer, Oskar Gawell en later Ernst Mollenhauer en Karl Eulenstein. Arthur Degner (1888-1972) studeerde van 1906 tot 1909 aan de academie in Königsberg en werd schilder, graficus en beeldhouwer. In 1920 werd hij uitgenodigd om docent schilderen te worden aan dezelfde academie. Hij was de eerste expressionistische schilder die als docent werd aangesteld. In de herfst van 1919 toonden in totaal achttien kunstenaars op de Königsberger Academie gezichten op Nida en die werden gedomineerd door expressionistische werken, waaronder werk van Arthur Degner.
Na de Eerste Wereldoorlog kwamen weer andere kunstenaars naar Nida. Het waren nog altijd kunstenaars die werkten in de traditie van het impressionisme, zoals Carl Knauf, Hans Hentschke, Bertha Schilling, Gertrude Helmholz, Heinrich Lindenau en Karl Heinz Röttger. Maar ook postimpressionisten, zoals Richard Birnstengel.
Zoals alle kunstenaarskolonies was er een ontmoetingspunt voor de kunstenaars. Blode’s pension was al opgericht in 1867 en was het belangrijkste verzamelpunt en het hart en de ziel van de kunstenaarskolonie Nida. Blode zelf was een groot kunstliefhebber en had zijn gastenverblijf uitgebouwd tot een kunstenaarsparadijs, inclusief ateliers en tentoonstellingsruimte. Het pension had een veranda met uitzicht op de lagune en muren die bedekt waren met schilderijen van de vele kunstenaars die het pension bezocht hadden. Gasten kwamen tot diep in de nacht samen op de veranda om te eten, drinken en debatteren over de nieuwste ontwikkelingen in de Duitse en Europese kunst. Niet alleen kunstenaars, maar ook schrijvers, wetenschappers en andere vooraanstaande intellectuele en culturele figuren zoals Thomas Mann en Sigmund Freud kwamen door de jaren heen naar het beroemde pension van Blode.
Ernst Mollenhauer (1892-1963), Hermann Blode’s schoonzoon was een late expressionist. Hij nam Blode’s pension over na diens overlijden in 1934. Toen nazi-Duitsland in 1939 het Litouwse deel van de Koerse Schoorwal weer in bezit had genomen, werd de schilderijenverzameling van Blode als ‘entartete Kunst’ in beslag genomen. Ernst Mollenhauer wist vernietiging van de collectie te voorkomen. Toen het Rode Leger in januari 1945 over de schoorwal Oost-Pruisen binnentrok, vernielden de soldaten alsnog het overgrote deel van de collectie. Ernst Mollenhauer zocht na 1945 een andere plek aan de kust. Het werd het eiland Sylt in het noorden van de Waddenzee, vlak bij de Deense grens. Daar bleef hij uit zijn herinnering Nida en het landschap op het doek weergeven.
Tot de tijd dat de kunstenaarslocatie Nida in 1945 door de inname door de Sovjet-Unie definitief moest worden verlaten, werkten er meer dan 400 kunstenaars. Het Noord-Veluws Kunstmuseum krijgt van een indrukwekkende privécollectie in Litouwen 65 kunstwerken in bruikleen, die gemaakt zijn in kunstenaarsdorp Nida. Daarbij schetst de tentoonstelling ook een beeld van de verbondenheid met andere kunstenaarskolonies door het tonen van rond de twintig kunstwerken uit de kunstenaarskolonies Barbizon, Tervuren, Oosterbeek, Schwaan en Ahrenshoop.













