
Historie: In 1907 waren er 1075 kiezers
8 juli 2024 om 12:00 HistorieDe verkiezingen voor het Europese Parlement zijn op 6 juni geweest. Er waren 22.154 kiesgerechtigden in Nunspeet. Bij de gemeenteraad in maart 2022 waren het er 21.919. Iedereen van 18 jaar en ouder mag stemmen. Hoe gingen de verkiezingen voor de gemeenteraad, bijvoorbeeld in 1907? Heel anders dan nu.
Dick Baas
Waarom 1907? Er is uit de kranten van dat jaar veel informatie te halen. ‘Johannes’ heeft er nauwkeurig over geschreven. Johannes was een kritische inwoner van het dorp Ermelo, die vond dat de krant te weinig aandacht aan de gemeenteraad besteedde. En er moest eens verandering komen. De raad van 13 leden bestond uit elf ‘landbouwers’ en twee burgers. Dat was volgens hem een onjuiste verhouding. Meer burgers, minder boeren.
Nunspeet en Ermelo vormden tot 1972 samen de gemeente Ermelo. Voor een vergelijking tussen 1907 en 2022 moeten de kiezersaantallen van de huidige gemeenten Nunspeet en Ermelo opgeteld worden. Dat zijn er 44.178. Het aantal kiesgerechtigden in 1907 bedroeg 1075 mannen. Een heel beperkt aantal dus. In 1851mochten alleen mannen stemmen die een bepaald bedrag aan belasting betaalden. In 1896 werd dat uitgebreid. Naast belastingkiezers kwamen er loonkiezers, huurkiezers, spaarbankkiezers en examenkiezers. Deze kiezers moesten aan heel wat regels voldoen. De leeftijd waarop iemand mocht stemmen was 25 jaar.
Drie stemdistricten
De gemeente Ermelo telde drie stemdistricten: Nunspeet met 482 kiezers, Ermelo met 445 kiezers en Elspeet met 148 kiezers. De onderverdeling van Nunspeet was: Nunspeet 208, Hulshorst 74, Oosteinde 110 (Oosteinde omvatte toen ook ‘t Hul), Westeinde 65 en Vierhouten hoorde met 25 kiezers bij Nunspeet. Stemdistrict Elspeet omvatte Elspeet met 127 kiezers, Leuvenum 15 en Staverden 6. En zo was er ook een verdeling voor Ermelo.
Raadslid voor zes jaar
Raadsleden werden voor zes jaar gekozen. Nunspeet telde zes raadsleden, Ermelo vijf en Elspeet twee. Ze traden niet gelijk af, maar elke 2 jaar was er een periodieke verkiezing. Als een raadslid overleed moesten nieuwe verkiezingen worden gehouden. Kreeg een kandidaat geen meerderheid, dan moest de kiezer veertien dagen later weer naar de stembus. Die regeling gold ook voor Provinciale Staten en Tweede Kamer. Het betekende dat de kiezer in 1907 zeven keer naar de stembus moest.
Een voorbeeld. Op vrijdag 15 februari 1907 moest gestemd worden in de vacature van een overleden raadslid uit Vierhouten. Drie Vierhoutense kandidaten: Bronkhorst, Van Emst en Schouten. De opkomst was matig. Van de 1075 kiezers waren er 485 met een geldige stem. Niemand haalde de benodigde meerderheid van 238. (Bronkhorst 99, Van Emst 173 en Schouten 143). Dus herstemming op dinsdag 26 februari 1907 tussen de twee kandidaten met de meeste stemmen. Nu kwamen er meer stemmers: 582 geldige stemmen, waarvan 251 voor Peter van Emst en 331 voor Maas Schouten. Schouten werd pas op 26 juni 1907 beëdigd als raadslid en zou tot 1919 blijven.












