
Jannetje Gijsberts van Doorn: een leven lang vroedvrouw
14 oktober 2026 om 13:00 HistorieMariëlle Bos van het Noord-Veluws Archief (NoVA) bespreekt in deze rubriek maandelijks een wisselend onderwerp uit de gemeenten Nunspeet, Elburg of Oldebroek.
Vroedvrouw is mogelijk een van de oudste beroepen. Vanaf de middeleeuwen werd dit vak vaak uitgevoerd in dienst van de lokale overheid. De vroedvrouw moest goed opgeleid zijn en een eed afleggen. In dit artikel staat vroedvrouw Jannetje Gijsberts van Doorn centraal. Jannetje werd gedoopt op 4 september 1735 in Oldebroek. In 1762 trouwde ze met Frederik Teunissen. Het gezin kreeg vier dochters.
ZZP’er en eerste aanstelling
In 1772 verhuisden ze naar Elspeet. In 1775 schreef ze een brief aan het bestuur van Barneveld, waarin ze vertelde dat ze nu drie jaar in Elspeet woonde en als vroedvrouw werkzaam was. ‘Vanwege haar geringe inkomsten, wil ze graag in dienst komen van het bestuur voor een klein jaarloon’. In augustus 1775 werd ze vroedvrouw voor het ‘kerspel en dorp Elspeet’ met een jaarloon van 25 gulden. Daarvoor moest ze examen afleggen bij de hoogleraar geneeskunde in Harderwijk, Oosterdijk Schacht. Ze slaagde met vlag en wimpel: “Ik heb geconstateerd dat zij bekwaam is om als vroedvrouw te handelen, blijkens haar kennis van de vrouwelijke delen en voorzichtigheden. In het bijzonder heb ik alle dingen bespeurd die vereist zijn om een goede vroedvrouw te zijn.”, aldus de professor.
Onbetamelijk gedrag?
Op 7 september 1780 besloten de ambtsjonkers van Barneveld, naar aanleiding van meldingen over haar “onbetaamlijk en zeer ergerlijk gedrag”, het tractement van Jannetje Gijsberts van Doorn tot nader order op te schorten. Wat haar precies werd verweten, blijft onduidelijk: het resolutieboek geeft hierover geen nadere toelichting en verdere correspondentie is niet bewaard gebleven. Haar naam komt daarna niet meer voor. Mogelijk betekende dit dat Jannetje tot haar verhuizing naar Oldebroek in 1782 niet langer, althans niet meer voor het bestuur, als vroedvrouw werkzaam was.
Goede voorbereiding
In Oldebroek lijkt Jannetje haar beroep snel op te pakken. Op 6 maart 1782 werd ze door professor Matthias van Geuns van een referentie voorzien, in de hoop in dienst te treden bij het Richterambt Oldebroek. Van Geuns was de opvolger van Oosterdijk Schacht en pleitte voor een goede opleiding en een passend salaris voor vroedvrouwen en gaf haar een positieve referentie.
Net zoals in Elspeet bouwde ze eerst weer een klantenkring op, voor ze in dienst kwam van het ambt. Al vanaf 1769 verzamelde ze referenties van de vrouwen die ze hielp bevallen. In de aanbevelingen werd met geen enkel woord gerept over haar onbetamelijke gedrag, integendeel: ze vielen zeer positief uit. Vrijwel alle reviews beschreven haar als professioneel en haar trouw, eer en deugt verdienen alle lof. Evert Hermsen, ambtenaar in Elspeet, schreef een lovend bericht: “Sij heeft in de tijt van 10 jaaren dit karspel Elspeet goet bedient en noijt een docktor tot hulpe heeft gehad”.
Een leven lang
Uiteindelijk bleef Jannetje haar beroep uitoefenen tot haar dood in 1794. Haar begraafakte vermeldt haar slechts als ‘de vrouw van Steven Eijkelboom‘, haar tweede man.




















