
Fernand Dijkgraaf bezoekt gedetineerden: ‘Het is de mens die me fascineert’
3 juni 2025 om 06:00 MaatschappelijkDe wereld achter gesloten deuren’, zo wordt het gevangeniswezen in de volksmond genoemd. Fernand Dijkgraaf (40) uit Nunspeet betreedt deze wereld, vrijwillig. Om zo een luisterend oor te kunnen bieden aan gedetineerden. Hij doet dit namens de stichting Gevangenzorg Nederland.
Het vrijwilligerswerk past helemaal in het dagelijkse wereldje waar Dijkgraaf deel van uitmaakt. Zo is hij onder meer betrokken bij het Straathoekwerk en daarnaast bij Kansrijk Wonen. “Ik ben veel bezig met de medemens”, glimlacht de Nunspeter bescheiden.
Zo’n vier jaar is hij nu actief bij de stichting. We vragen hem hoe je überhaupt in contact komt met iemand ‘achter de muren.’ “Gedetineerden kunnen aangeven of ze bezoek van ons willen ontvangen. Dat kan zijn omdat ze simpelweg verder geen bezoek krijgen. Maar het komt ook voor dat de persoon in kwestie het juist prettig vindt om even iemand anders te spreken dan familie, vrienden of zijn advocaat. Op dat moment komen wij om de hoek kijken.”
Bij Gevangenzorg Nederland wordt vervolgens gekeken wie er van de beschikbare vrijwilligers het best zou matchen met de aanvraag. “Dat heeft bijvoorbeeld ook te maken met de reisafstand naar de penitentiaire inrichting.” Dijkgraaf gaat zelf vooral naar de gevangenis in Lelystad. “Dat is een half uurtje vanuit Nunspeet, dus dat is prima te doen.”
Anders dan in het ‘gewone leven’, kun je in deze besloten wereld niet even bellen om je komst aan te kondigen. “Tijdens het eerdere bezoek geef ik aan dat ik twee weken later weer kom. Je meldt je aan de poort en geeft aan voor wie je komt. Daarna wordt gekeken of die persoon beschikbaar is. Ik heb het ook wel eens gehad dat de persoon in kwestie toevallig net ziek was. Dan keer je onverrichte zaken huiswaarts. Maar normaal gesproken word ik gewoon doorgelaten, pak een kop koffie en wacht tot de gedetineerde gereed is voor mijn komst.”
Als vrijwillig luisterend oor, maakt de Nunspeter gebruik van een privilege die verder alleen is weggelegd voor advocaten. “We mogen één-op-één in een kamer zitten. Zonder bewaking en zonder dat er mensen zijn die het gesprek mee kunnen luisteren. Dat is best bijzonder.” Alhoewel de gesprekken niet aan een bepaalde duur gebonden zijn, houdt hij zelf meestal een uur aan. “Dan nemen we afscheid, vertrek ik naar huis en de gedetineerde wordt weer naar zijn cel gebracht.”
We vragen Fernand hoe een dergelijk gesprek, zeker de eerste keer, verloopt. “Het scheelt natuurlijk al dat de persoon zelf heeft aangegeven open te staan voor een ontmoeting. De eerste keer is altijd wel een beetje onwennig, omdat je elkaar niet kent. Maar over het algemeen heb ik nooit echt hoeven leuren om het gesprek op gang te krijgen hoor, dat verloopt altijd wel vrij soepel.” Dijkgraaf kent vaak de achtergrond van iemands veroordeling niet. “De eerste keer heb ik dat wel gedaan, maar het kleurt je beeld vooraf wel. Ik wil altijd eerst contact. Wie ben je? Hoe is het met je? Vaak komt het dan uiteindelijk ook op het delict waarvoor ze zitten hoor. Een maatschappelijk werker kan vooraf bellen als er iets speelt dat je moet weten.” Hij blijft altijd gereserveerd over zijn eigen achtergrond. “Dat zijn ook de richtlijnen, mijn achternaam en verdere privacy gegevens geef ik nooit.”
Eenmaal in gesprek, ziet hij de persoon tegenover zich veranderen. “Iedereen die je daar spreekt is hard van de buitenkant en zacht van binnen. Ze hebben vaak jarenlang ellende meegemaakt. De ene heeft dat zelf gecreëerd en de andere is daarin terechtgekomen. En binnen moeten ze zichzelf best sterk voorhouden, want het is er niet bepaald gezellig. Bij een tweede of derde gesprek zie je vaak hun zachtere kant en komt het ineens over familie, belangrijke mensen of dingen die hen raken.”
De vraag blijft: waarom doet Dijkgraaf wat hij doet? “Of ik nu tegenover de burgemeester zit of in Lelystad tegenover de gedetineerde, ik vind het altijd boeiend. Wat ik altijd interessant vind, en dat vind ik eigenlijk wel in alle mensen die ik tegenover me krijg: in de ander zit altijd iets van mij. En er zit ook altijd iets van de ander in mij. En dat vind ik ook fascinerend. Je leven kan zo verschillend zijn, toch heb je altijd ergens overeenkomsten. Dat je denkt: ‘Dat snap ik wel, want dat had ik misschien óók wel gedaan.’ Het is denk ik gewoon de mens die me fascineert. En daarmee óók de keuze die iemand heeft gemaakt. Op het moment dat iemand na het gesprek zegt van, ‘Weet je, ik vond het fijn dat je er was.’ Dan denk ik, nou weet je, wat fijn dat ik met een uurtje inzet in één keer in de twee of drie weken iets kan betekenen voor jou.”












