
Hans Tijmes in gesprek met vrijwilligers VoorleesExpress Noordwest Veluwe
21 juli 2026 om 12:00 MaatschappelijkHans Tijmes in gesprek met Marianne en Koos Frijlink, vrijwilligers van VoorleesExpress Noordwest Veluwe, Bibliotheek Nunspeet.
Marianne: “Ik ben 78 en Koos is 80 jaar, samen hebben we drie kinderen en vier kleinkinderen; die hebben wij eindeloos voorgelezen. Vijftig jaar geleden zijn wij vanuit Bilthoven naar Nunspeet verhuisd, we voelen ons hier echt geland. Ik ben opgeleid als verpleegkundige en Koos was tot zijn pensioen dierenarts. Het voorlezen heb ik van mijn moeder met de paplepel meegekregen. Nu onze (klein)kinderen groot zijn voel ik nog steeds die voorleeshonger en dacht wat nu? Wij meldden ons bij de VoorleesExpress, een landelijke organisatie die samenwerkt met bibliotheken, om het voorlezen aan kinderen met een taalachterstand mogelijk te maken. Het contact met een kind komt tot stand door de leerkracht van school.”
Koos neemt het woord over: “Uit eigen ervaring weet ik wat een taalachterstand betekent. Ik ben geboren in Overflakkee, daar praten ze plat Zeeuws. Toen ik 9 jaar was verhuisden wij naar Bilthoven. Het eerste jaar kreeg ik geen beurt in de klas, omdat ik door mijn dialect niet te verstaan was.” De bibliotheek zorgt ervoor dat de voorleesvrijwilligers in contact komen met een kind uit een gezin dat thuis wekelijks, in totaal 20 keer, wil worden voorgelezen. Marianne: “Tien jaar geleden ben ik begonnen met voorlezen en Koos twee jaar later. Eerst moesten we een bewijs van goed gedrag aanleveren, dan volgt een gesprek en krijg je een coach die twee keer mee gaat naar je gezin.”
Marianne heeft voorkeur voor kinderen in groep 3, Koos vindt oudere ook prima . Hij krijgt altijd jongens. Als ze thuis komen delen ze altijd hun ervaringen. Marianne: “Kinderen vinden het leuk als ik voorlees uit (prenten)boekjes van bijvoorbeeld Annie M.G. Schmidt, Martin Wandell of Ancy Camps, waarin kinderen en dieren de hoofdpersoon zijn en van alles beleven.” Koos: “Geregeld gebruiken wij ‘het doe-boekje’ waarin verslagen worden gemaakt. Het begint met de opdracht om elkaar te tekenen: op een bladzijde teken ik hoe ik het kind zie en op de andere bladzijde hoe het kind mij ziet. Daarna gaat het kind elke week een tekening maken of iets schrijven over wat we lazen of we bespraken én je vraagt of ze een paar woordjes willen opschrijven die nieuw zijn. Na 20 weken heeft hij/zij met dat boekje een herinnering. Wij doen ook spelletjes als memory en ook Loco, waarbij wordt gezocht naar kaartjes met iets dat samen gaat, zoals een dak bij een schoorsteen, en de keuzes worden besproken.”
Tot slot Marianne: “Het kind wordt beloond. Na elke bijeenkomst sluiten we af met een gezamenlijke high-five en zeggen samen hard- op ‘Van voorlezen word je slim.’ Elk kind krijgt een abonnement voor de bieb.


















