
Gevlucht voor oorlog: ’Ik had nog nooit van Nederland gehoord’
1 juli 2025 om 11:57 MensenHij is 34 jaar oud, vader van vijf kinderen en werkt in de bouw, als zzp’er. “Want dan kan ik meer tijd met mijn gezin doorbrengen.” Akliluh Ghide vluchtte tien jaar geleden uit Eritrea en kwam in Nederland terecht. Hoe is het voor hem om in Nunspeet te wonen?
Johanna Sijbel
In mei 2014 kreeg Akliluh te horen dat hij in militaire dienst moest. “Tussen Eritrea en Ethiopië is veel spanning. Daar zou ik moeten vechten. Ik was al vader en wilde mijn leven niet verliezen voor een onzinnige oorlog. Dus ik besloot te vluchten.” Via Soedan kwam Akliluh in Libië, vanwaar hij met een boot naar Italië vertrok. “Daarna nam een smokkelaar me mee in zijn vrachtwagen. In Rotterdam liet hij mij en een medevluchteling uitstappen. Hij zei: “Je bent in Nederland, in Europa. Succes.” en vertrok. Ik had nog nooit van Nederland gehoord. Samen met de ander vond ik een politiebureau. De agenten gaven ons treinkaartjes naar Ter Apel en een kaart met instructies. Weer kregen we te horen “Succes”. We snapten er niks van en hadden geen idee wat we moesten doen. Maar ik dacht: na alles wat ik heb meegemaakt, kan het niet veel erger. In het ergste geval moet ik op straat slapen - dat zou niet de eerste keer zijn.”
Over de ‘heftige dingen’ die hij onderweg meemaakte, wil Akliluh weinig kwijt. “Ik laat dat liever achter me. Het heeft jaren gekost om rust te vinden. Nu wil ik geen oude pijn meer oprakelen.”
Hij vervolgt: “Gelukkig kwamen we op het station een Somalische vrouw tegen. Zij nam ons mee naar Emmen en hielp ons in de bus. Ze zei tegen de buschauffeur: “Ze weten niks, maar moeten naar Ter Apel.” De buschauffeur zette ons voor de deur van het aanmeldcentrum af. Ik ben heel dankbaar dat we die Somalische vrouw tegenkwamen, ik weet niet hoe we het zonder haar hadden gered.”
Na drie dagen in Ter Apel, daarna verbleef Akliluh twee dagen in Budel (Noord-Brabant), waarna hij voor twee maanden naar Uithuizen (Groningen) werd verplaatst. Na een maand opnieuw in Ter Apel, verbleef hij nog zes maanden in Nijmegen, waarna hij eindelijk een woning toegewezen kreeg in Nunspeet. “Toen moest ik van alles regelen. Dat was niet makkelijk. Het duurde zes maanden voordat ik huurtoeslag kreeg. Ik hield maar 70 euro per maand over voor boodschappen en bijvoorbeeld telefoonkosten. Dat was minder dan ik gewend was. In Eritrea was ik boer en had ik een goed leven, tot ik werd opgeroepen voor het leger. Wat ik onderweg heb meegemaakt, hielp me relativeren: ik had ook kunnen verdrinken of op een andere manier sterven. Dat maakte dat ik vrede kon hebben met een periode van weinig geld.”
Vluchtelingen krijgen een bedrag om hun woning in te richten. In overleg met zijn contactpersoon van Vluchtelingenwerk gebruikte Akliluh een deel van dat geld om boodschappen te doen en zijn familie te bellen. Later moest hij dit bedrag wel terugbetalen. “Maar dat vond ik prima. Ik had mijn vrouw en twee kinderen in Eritrea achtergelaten. Die wilde ik graag spreken.”
Twee jaar na zijn vlucht kwamen zijn vrouw en kinderen ook naar Nunspeet. Van discriminatie heeft het gezin weinig gemerkt. “Ik vond snel werk en bleef daar tot ik voor mezelf begon. Ik kom op allerlei plekken en bij veel verschillende mensen. Mijn afkomst was nooit een probleem. Ik voel me welkom. In Nederland zijn mensen veel behulpzamer dan in Duitsland of België. Daar wilde bijna niemand helpen. Hier doen mensen ten minste moeite om met gebaren of Engels te communiceren. Dus ik ben vrij, kan werken en mijn kinderen kunnen naar school, wat wil je nog meer?”
Tot slot is de vraag wat Akliluh de lezers van Huis aan Huis wil meegeven: “Vluchtelingen zijn mensen die vrijheid en rust zoeken. We willen een toekomst opbouwen. We komen niet om niks te doen, al hoor ik dat vaak op tv. We werken hard. Ik ben vanaf nul begonnen in de bouw. Nu heb ik mijn eigen materiaal en zelfs een eigen bedrijfsbus.”













