
Speerpunten voor heidebeheer
7 maart 2025 om 11:29 Natuur en milieuIn het nieuwe rapport met een lange termijnvisie op het beheer van de heideterreinen in de gemeente Nunspeet tot 2049 en het concept-beheerplan tot 2034 zijn tien speerpunten opgenomen door het college van burgemeester en wethouders.
Wijnand Kooijmans
Het gaat onder meer om een grotere rol voor het beheer van de heidevelden door schapen. Het college wil de negatieve effecten van bodemverzuring vergroten en dat geldt ook voor de structuurvariatie in de vegetaties. Er moeten meer kansen komen voor bosrandontwikkeling en loofhout en de heideterreinen moeten onderling beter met elkaar worden verbonden.
Om aan de Europese opgave te voldoen moet er populatieherstel en instandhouding plaatsvinden van zeven soorten broedvogels De kansen voor insecten moeten worden vergroot en er moet worden gewerkt aan een nieuwe recreatiezonering. Er dient verder meer aandacht te zijn voor het voorkomen van natuurbranden en de archeologische waarden van de heidevelden moeten worden behouden.
De gemeente heeft 1,063 hectare aan heideterreinen in beheer. Het gaat om de Elspeetsche Heide, Westeindsche Heide, de Grote en Kleine Kolonie, de Kril, de Elspeter Struiken en het Provinciebos. De heideterreinen van de gemeente Nunspeet en Ermelo vormen samen het belangrijkste heideareaal van de Noord-Veluwe.
Als algemeen streefbeeld voor de heideterreinen wordt gezien een soortenrijk heidelandschap, waarin zowel de kenmerkende biodiversiteit van heideterreinen als de landschappelijke en recreatieve kwaliteiten blijven gehandhaafd dan wel worden versterkt.
Men wil het liefst terug naar het verleden zoals de heideterreinen waren voor de eerste helft van de twintigste eeuw toen werd gestart met grootschalige ontginning en bebossing van de heideterreinen. In het historische landschap bestond de heide grofweg voor zestig procent uit een vegetatie van dwergstruiken, struikhei, afgewisseld met dophei, kraaihei, rode en blauwe bosbes.
Talloze andere soorten, waaronder ook grassen, mossen en korstmossen groeiden in open plekken tussen de heistruiken. De overige veertig procent van de heide was zeer divers en bestond uit open zand op kleine en grote schaal, heischrale vegetaties, bremstruwelen, ruigtezomen, eikenstrubbenbosjes, eiken- en berkenbosjes, grove dennenbosjes, ven vegetaties en dergelijke.
Maar beseft wordt dat dit allemaal niet meer haalbaar is, omdat er te veel randvoorwaarden zijn veranderd. De oppervlakte van de afzonderlijke heideterreinen is enorm afgenomen waardoor er minder ruimte is voor geleidelijke overgangen of gradaties in gebruiksintensiteit zoals deze vroeger bestonden bij begrazen, plaggen of branden. Recreatie speelde destijds geen rol van betekenis in het beheer. Daarnaast speelt de toename van stikstof, een veranderd klimaat en de achteruitgang van veel planten en diersoorten een rol.
De te nemen maatregelen leiden tot een structureel extra tekort van 58.500 euro. Dit bedrag wil het college meenemen bij het aanvragen van nieuw beleid voor een integrale afweging van alle plannen.










